Meer
Publicatiedatum: 15-10-2020

Inhoud

Paragraaf Financiering

Inhoud

Algemene ontwikkelingen

De gemeente dient een paragraaf Financiering in zowel de begroting als in het jaarverslag op te nemen waarin aangegeven wordt op welke manier er uitvoering wordt gegeven aan de financieringsfunctie. Het uitgangspunt hierbij is het beheersen van risico’s, met name het renterisico. Bij een hoog renterisico zijn de gevolgen van een stijgende rente groot voor de financiële resultaten in een bepaald jaar. Daarnaast zijn er risico’s op kredieten, liquiditeiten en koersen.

Financieringsbeleid

De beleidsdoelstelling van het Financieringsbeleid van de gemeente Gooise Meren kan als volgt worden omschreven:
De gemeente voert, gelet op haar publiekrechtelijke taak om maatschappelijk kapitaal te beheren, een risicomijdend financieringsbeleid. Binnen dit risicomijdende beleid stelt de gemeente zich ten doel zo laag mogelijke kosten over leningen en/of een zo hoog mogelijk rendement over het belegd vermogen te realiseren, voor zover nog mogelijk binnen de opgelegde regeling voor schatkistbankieren. Dit binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden en ter beperking van risico’s.
 
Renterisico’s
Een hoofddoel van financiering is het beperken van de gevolgen van een stijgende rente. Aan de andere kant dient er optimaal geprofiteerd te worden van lage rentestanden. Met behulp van het bijhouden van de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt en de grote diversiteit in leningsproducten wordt continu geprobeerd om een zo optimaal mogelijk resultaat te behalen tegen een verantwoord risico.
Door de Wet verplicht schatkistbankieren zijn deze mogelijkheden echter ingeperkt. De Wet verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. (Onderdelen van) decentrale overheden mogen ongeacht de vormgeving dus geen bewaarfunctie voor publieke middelen vervullen.
 
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet is gericht op het voorkomen van ongewenste renterisico’s die ontstaan door het aangaan van overmatige korte termijn financieringen en stelt een grens aan de omvang van de korte schuld waarover de gemeente renterisico mag lopen. De toegestane kasgeldlimiet is 8,5% van de totale begroting. Voor 2019 ziet de kasgeldlimiet er als volgt uit.
 
Nr. Omschrijving (x € 1.000) Begroting 2019 Eerste kwartaal Tweede kwartaal Derde Kwartaal Vierde Kwartaal
  Omvang begroting (grondslag 1 jan 2019) € 132.072        
1 Toegestane kasgeldlimiet          
  in procenten 8,5%        
  in bedrag 11.226        
2 Omvang vlottende schuld  

3.454

144 445

3.913

3 Omvang vlottende middelen   14 514 477 1.830
  Toets kasgeldlimiet          
4 Totaal gemiddelde netto vlottende schuld (2-3)   3.440 -370 -32

2.083

5 toegestane kasgeldlimiet (1) € 11.226 € 11.226 .€ 11.226 € 11.226 € 11.226
6 Ruimte onder de kasgeldlimiet (5>4)   7.786 11.596 11.258 9.143
 
Deze ruimte zal zoveel mogelijk worden benut omdat bij een normale rentestructuur kortlopende geldleningen goedkoper zijn dan langlopende geldleningen of de roodstandfaciliteit bij onze huisbankier.
 
Renterisiconorm
In de Wet Fido (Wet financiering decentrale overheden) is door het Rijk de renterisiconorm geïntroduceerd. Met de invoering van deze renterisiconorm wordt een kader gesteld tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille van de gemeente, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. De renterisiconorm houdt in dat het totaal aan renteherzieningen en aflossingen in een jaar niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal van dat jaar. Dit betekent dat voor het jaar 2019 de renterisiconorm als volgt kan worden berekend:
 
Tabel
Nr. Omschrijving (x € 1.000)

Begroting  2019

Jaarrekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
1 Renteherzieningen 0 0 0 0 0
2 Aflossingen 7.384 7.385 9.224 10.769 11.482
3 Renterisico (1+2) 7.384 7.385 9.224 10.769 11.482
4 Renterisiconorm (4a*4b) 26.414 30.003 26.414 26.414 26.414
4a Begrotingstotaal 132.072 150.017      
4b Percentage 20% 20%      
5 Ruimte onder de renterisiconorm 19.030 22.618 17.190 15.645 14.932
Aangezien het bedrag aan aflossingen lager is dan de renterisiconorm kan gesteld worden dat er voldaan wordt aan de eisen in de Wet Fido.
 
Kredietrisico’s
Ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak kunnen gemeenten leningen verstrekken. Op deze verstrekte leningen loopt de gemeente kredietrisico. Gooise Meren heeft in totaal voor circa € 25 miljoen aan leningen verstrekt.
 

Financiering

Dit onderdeel geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringspositie van onze gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte, rekening houdend met (geplande) (des-)investeringen en beschikbare interne en externe middelen. In feite gaat het hier om het opstellen van een liquiditeitsbegroting. De ontwikkeling van de financieringspositie is bepalend voor de leningenportefeuille. De activa van de gemeente Gooise Meren zullen per begin 2019 als volgt gefinancierd worden:

Tabel

Prognose financieringsbehoefte
In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille voor begrotingsjaar 2019 weergegeven.
 

Omschrijving  (x € 1.000)

Begroting 2019

Gemiddelde rente Jaarrekening 2019 Gemiddelde rente
Stand per 1 januari 2019 105.956 2.84% 114.396 2,57%
Nieuwe leningen 40.800 1.5% 10.000 1,37%
Reguliere aflossingen 7.384   7.385  
Vervroegde aflossingen 0      
Stand per 31 december 2019 139.372 2,69% 117.011 2,19%
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De hoogte van de nieuwe leningen in de begroting was gebaseerd op het volume van de voorgenomen investeringen. Met name de praktische uitwerking van de onderwijsinvesteringen uit het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) vraagt meer tijd waardoor in 2019 veel minder financieringsbehoefte ontstond.
 

 

EMU saldo

Met het EMU-saldo wil het Rijk de begroting en de jaarrekening van gemeenten monitoren om te kunnen voldoen aan afspraken die gemaakt zijn binnen de Economische en Monetaire Unie (EMU).
Het EMU-saldo is gebaseerd op het kasstelsel en bestaat uit het saldo van alle inkomsten en uitgaven op kasbasis, ongeacht of dit ten behoeve van bedrijfsvoering of investering is. Het belangrijkste verschil tussen het door de gemeente gehanteerde stelsel van lasten en baten met het door het Rijk gehanteerde kasstelsel is dat de gemeente door middel van afschrijvingen de investeringen over meerdere jaren ten laste brengt van de exploitatie, daar waar het Rijk deze investeringen in één keer ten laste brengt van het investeringsjaar. 
 
Het EMU saldo toont een minder negatief beeld doordat bovengenoemde voorgenomen investeringen bij met name onderwijshuisvesting (IHP) zijn vertraagd.
 
EMU-berekening
 
Nr. Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2019
    Begroting Rekening
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c 293 -5.356
2 Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 7.696 6.936
3 Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie 6.916 11.732
4 Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd 32.817 13.243
5 Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 0 0
6 Desinvesteringen in (im-)materiële vaste activa: 0 0
Baten uit desinvesteringen in (im-)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord 0 0
7 Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken en dergelijke (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) 0 0
8 Baten bouwgrondexploitatie    
Baten voor zover transacties niet op de exploitatie verantwoord 0 0
9 Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen 5.577 3.744
10 Lasten in verband met transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten 0 0
11 Verkoop van effecten 0 0
  Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) nee nee
  EMU-saldo (1+2+3-4+5+6-7+8-9-10-11). -23.489 -3.676