Meer
Publicatiedatum: 04-12-2019

Inhoud

Uitgaven

34,74%

€ 52.120

x € 1.000
34,74% Complete

Inkomsten

6,06%

€ 9.096

x € 1.000
6,06% Complete

Saldo

1067579460,52%

€ 43.023

x € 1.000
Programma onderdelen

7. Programma Zorg en Welzijn, Onderwijs en Jeugd

Uitgaven

34,74%

€ 52.120

x € 1.000
34,74% Complete

Inkomsten

6,06%

€ 9.096

x € 1.000
6,06% Complete

Saldo

1067579460,52%

€ 43.023

x € 1.000

Ambitie

Iedereen doet naar vermogen mee
Meedoen aan het maatschappelijke leven, betekenisvolle contacten en zinvol bezig zijn. Deze factoren hebben een positief effect op de ervaren gezondheid en welzijn van onze inwoners. Zij dragen bij aan een gezonde en vitale samenleving waarin iedereen talenten kan ontwikkelen, waar kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien, waar inwoners in verbinding staan met elkaar en mee kunnen doen aan het ‘gewone’ leven. Alle inwoners doen zo lang mogelijk zelfstandig, volwaardig en met een aanvaardbare kwaliteit mee aan de samenleving en worden ondersteund waar nodig. Om dit mogelijk te maken zorgen wij voor een stevige sociale basis en een vangnet voor diegene die het zelf (niet meer) redden. We bieden vormen van bescherming en opvang voor de meest kwetsbaren als (ook) maatwerk onvoldoende is. Met onze voorzieningen op het vlak van bescherming en opvang willen we de meest kwetsbare inwoners een passende beschermde situatie bieden die hen tevens de handvatten geeft om maatschappelijk zoveel mogelijk (weer) mee te doen. 
 
Wanneer we inwoners ondersteunen investeren we eerst in preventie, informele zorg, algemene voorzieningen, vrijwilligerswerk en mantelzorg. Met een sterke sociale basis willen we kwetsbare bewoners eerder ondersteunen en versterken en voorkomen dat problemen verergeren of zwaardere maatwerkvoorzieningen nodig zijn. Positieve gezondheid is het kompas voor de integrale manier waarop we hieraan werken. We stellen inwoners in staat om zich tijdens elke fase van het leven te ontwikkelen of aan te passen aan de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. We bevorderen gezondheid en veerkracht door aan te sluiten bij wat mensen zelf belangrijk en prettig vinden. We zoeken daarbij naar een verschuiving van dure maatwerkvoorzieningen naar goedkopere vrij toegankelijke, collectieve voorzieningen. Maatwerk bieden we wanneer de sociale basis te kort schiet, of inwoners gespecialiseerde ondersteuning nodig hebben. In de komende periode zoeken we naar nieuwe collectieve oplossingen in de wijk en werken aan de noodzakelijke ontschotting van budgetten om integrale ondersteuning mogelijk te maken. We continueren de ingezette koers en bouwen verder aan de basis die in de afgelopen jaren is neergezet.
 

Om mee te kunnen doen aan de samenleving hebben inwoners behoefte aan een stevige basis. Onze samenleving wordt steeds veeleisender en verandert steeds sneller. Dan is het fijn als inwoners terug kunnen vallen op een goede ontwikkeling van hun basisvaardigheden en hun talenten. Met die kansrijke ontwikkeling kunnen we niet vroeg genoeg beginnen. Onderwijs speelt hier een belangrijke rol in. Enerzijds door jeugdigen structuur te bieden, zodat zij met de dagelijkse hectiek om kunnen gaan. Anderzijds door jeugdigen een uitdagende omgeving te bieden die hen helpt zichzelf te ontplooien en hen zodoende voorbereidt op zelfstandigheid in onze samenleving. Veel staat of valt met de aanwezigheid van leerkrachten en leraren.  Een actueel maatschappelijk vraagstuk is het lerarentekort dat ook in de regio Gooi en Vechtstreek speelt.  We gaan de komende tijd met de scholen in gesprek om dit vraagstuk op te pakken. Om zelfstandig in onze samenleving te kunnen functioneren is het van belang dat kinderen en jongeren onderwijs volgen en hun opleiding afronden. Dit is relevant, aangezien dit één van de voorwaarden is om een goede plek op de arbeidsmarkt te verwerven en jongeren zelfredzaam te laten zijn in de maatschappij. Het is onze ambitie om alle kinderen en jongeren onderwijs te laten volgen. Daarvoor is samenwerking met het primair en voortgezet onderwijs, het Regionaal Bureau Leerlingzaken en de samenwerkingsverbanden onderwijs Unita en Qinas cruciaal. Maar vergeet ook de voorschoolse voorzieningen niet: hier wordt vaak de basis gelegd voor een latere succesvolle schoolcarrière. Eventuele barrières kunnen in deze voorschoolse periode worden ontdekt en aangepakt. Voor scholen is het van belang om te weten waar de sterktes en de zwaktes van kinderen zitten; vandaar dat wij inzetten op een warme overdracht tussen voorschoolse en schoolse voorzieningen.  

Gelukkig gaat het met de meeste kinderen en jongeren in onze gemeente goed. Waar eventueel extra ondersteuning nodig is, zal dit naar onze mening plaats dienen te vinden binnen de setting van de klas en de school zelf, zodat leerlingen zo min mogelijk onderwijs missen. Hiervoor maken wij afspraken met ondersteunende instellingen, zoals jeugdhulp, zodat kinderen en jeugdigen niet uit de onderwijssetting worden weggehaald. Daarnaast zetten we binnen de jeugdhulp in op verdere normalisering en demedicalisering, waardoor het gedrag van jeugdigen als minder problematisch wordt gelabeld en ervaren. We versterken de sociale basis (voorzieningen in de wijk), door outreachend te werken en gericht op preventie en vroegsignalering. Ook willen we zwaardere en specialistische ondersteuning ombuigen naar eerdere en lichtere ondersteuning. Dit nemen we op in een integraal jeugdbeleid, dat we samen met jongeren en onze ketenpartners ontwikkelen. We voeren regie op de ketensamenwerking.

Beleidsontwikkeling
De visie in het strategisch beleidsplan Sociaal Domein is 'Iedereen doet Mee'. Het strategisch kader en de beleidstheorie geven nog steeds richting. Wel zien we dat op een aantal onderdelen actualisatie van beleid op tactisch en operationeel niveau nodig is. 
Op basis van de evaluatie van het beleidsplan Sociaal Domein 2015-2018 maken we het stappenplan dat leidt tot het nieuwe meerjarige beleidsplan Sociaal Domein. Extra aandacht zal er o.a. zijn voor monitoring en sturing op ons beleid zoals het ontwikkelen van prestatie-indicatoren.
 
Innovatie 
We bouwen verder aan een stevige sociale basis in het sociaal domein om op langere termijn de ondersteuning te kunnen blijven verlenen die nodig is én om als gemeente financieel gezond te blijven. Daarvoor zetten we een innovatiebudget in om nieuwe uitvoeringspraktijken te stimuleren die de kanteling naar inwoners en ondersteuning in buurten en wijken kunnen versterken. We realiseren een substantiële verschuiving van dure individuele specialistische inzet naar de goedkopere algemene voorzieningen in de wijk, die een breed pakket op het gebied van leefbaarheid, zorg en ondersteuning bieden met op afzienbare termijn lagere kosten. Eigen kracht, zelfoplossend vermogen en vermindering van het beroep op specialistische voorzieningen staan voorop . Oplossingen moeten zoveel mogelijk worden gezocht in de reguliere omgeving van kwetsbare mensen. Activiteiten en pilots die bijdragen aan deze beweging komen in aanmerking voor bekostiging uit het innovatiebudget.

7.1 Optimale dienstverlening sociaal domein

Wat willen we bereiken?

7.1.1 Doelmatige inzet maatwerkvoorzieningen - inwoners jonger dan 18 jaar

We bevorderen de veerkracht van onze jongeren door aan te sluiten bij wat zij zelf belangrijk en prettig vinden. We zoeken daarbij naar een evenwicht tussen vrij toegankelijke collectieve voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Maatwerk bieden we wanneer de sociale basis tekort schiet. 

De betaalbaarheid en houdbaarheid van de jeugdhulp staan onder druk. We zien niet alleen een toename in het aantal jeugdigen dat hulp nodig heeft, maar ook een stijging in de kosten per jeugdige. Dit is een landelijk beeld. Samen met de Regio Gooi en Vechtstreek monitoren we de uitgaven voor jeugdhulp en analyseren we de kosten. Zodra we inzicht hebben in de uitgaven, zal er meer duidelijkheid komen over maatregelen om de kosten te beheersen.

7.1.2 Doelmatige inzet maatwerkvoorzieningen - inwoners 18 jaar en ouder

De hulpvraag van onze inwoner is het uitgangspunt. Als de inwoner zich met hulp van familie, vrienden en bekenden niet (meer) zelf kan redden geven we ondersteuning. De hulp en ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) sluit zoveel mogelijk aan bij de identiteit en de levenswijze van de hulpvrager en kent verschillende vormen. Centraal staat het meer (of weer) regie krijgen op het eigen leven, het behoud van autonomie en het versterken van de eigen kracht. Voorbeelden zijn: het tijdelijk of langdurig verstrekken van een hulpmiddel dat bijdraagt aan de zelfstandigheid,  individuele begeleiding gericht op herstel of bestendiging en algemene voorzieningen gericht op ontmoeten en structuur. Vaak gaat het om een combinatie van verschillende voorzieningen. We leveren individueel maatwerk wanneer dat moet, en zetten voorliggende algemeen toegankelijke voorzieningen in waar het kan. Met het oog op normaliseren en demedicaliseren investeren we bij een hulpvraag eerst in preventie, informele zorg, algemene voorzieningen, vrijwilligerswerk en mantelzorg.  

De betaalbaarheid en houdbaarheid van het Wmo-stelsel staat onder druk.  De uitgaven aan individueel maatwerk nemen jaarlijks toe, zowel lokaal, in de regio als landelijk. De recente invoering van het inkomensonafhankelijke  abonnementstarief (vaste lage eigen bijdrage per huishouden) draagt hier negatief aan bij zoals de toename van huishoudelijke hulp laat zien. Daarom maken we samen met de regio een verbeterslag in monitoring van onze zorguitgaven en in de analyse van data. Zo nodig nemen we lokale (en regionale) maatregelen die bijdragen aan de beheersing van onze zorguitgaven, met als doel dat we in de toekomst aan wie dat echt nodig heeft maatwerk kunnen blijven leveren.  

7.1.3 Optimale toegang

Inwoners weten waar zij terecht kunnen met hun hulpvraag. Onze dienstverlening bij het oppakken van een hulpvraag verloopt vanuit een integrale benadering van Jeugd, Wmo en Werk en Inkomen. De leidende kwaliteitsprincipes geven richting aan ons denken en doen bij de uitvoering van onze taken.

7.1.4 Stimuleren inzet onafhankelijke cliëntondersteuning

Onafhankelijke cliëntondersteuning is een verplichting vanuit de Wmo. Een inwoner met een hulpvraag kan zich laten bijstaan, zoals bijvoorbeeld bij de voorbereiding op en tijdens het huisbezoek van de gemeente.

7.1.5 Informatievoorziening optimaliseren

De informatie vanuit de gemeente naar inwoners is publieksvriendelijk en begrijpelijk. Dit vraagt doorlopend onze aandacht.

7.2 Opgroeien en kansen krijgen - inwoners jonger dan 18 jaar

Wat willen we bereiken?

7.2.1 Preventie en vroegsignalering inzetten

Kinderen van -9 maanden tot jongeren van 27 jaar hebben en houden we in beeld. We hebben met de ketenpartners die de kinderen zien, afspraken over vroegsignalering en preventieve maatregelen.

7.2.2 Onderwijsachterstand voorkomen

We willen dat alle kinderen onderwijs volgen en zich kunnen ontwikkelen. Om onderwijsachterstand te voorkomen, hebben we gerichte aandacht voor onderwijsachterstanden en het vergroten van kansen voor leerlingen. De komende jaren staan we voor de opgave ons onderwijsachterstandenbeleid te vernieuwen met beduidend minder middelen vanuit de Rijksoverheid.

7.2.3 Jeugdwerkloosheid aanpakken

We willen dat jeugdigen na hun schoolloopbaan duurzaam aan het werk gaan. Voorwaarde is het behalen van een startkwalificatie. Verder willen we samen met de samenwerkingspartners in het bedrijfsleven arbeidsplekken voor jongeren creëren. Dit is het spoor van school naar werk uit het Programma Inclusieve Arbeidsmarkt, zie programma 6.

Zo gaan we dat doen

7.2.4 Onderwijshuisvesting

We geven uitvoering aan het Integraal Huisvestingsplan (IHP) dat in januari 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad. Dit biedt voor gemeente en schoolbesturen een meerjarenperspectief waarop het eigen (investering)beleid op transparante wijze kan worden afgestemd. De scholen worden de komende jaren vervangen, in stand gehouden en/of duurzaam gerenoveerd. Inmiddels is gestart met de voorbereidingen van deze ontwikkelingen met als doel het realiseren van een stelsel van huisvestingsvoorzieningen van goede kwaliteit dat zoveel mogelijk aansluit bij de eisen en wensen van de gebruikers in het onderwijs. 

Tevens hebben we als gemeente de ambitie de mogelijkheden tot de ontwikkeling van een Integraal Kind Centrum (IKC) bij nieuwbouwopgaven te onderzoeken. De gemeente ondersteunt dergelijke IKC-vorming opgaven en brengt de consequenties in beeld voor een school. Over het algemeen is er behoefte de voor- en naschoolse opvang binnen de muren van het primair onderwijs een plek te geven. Echter, binnen de huidige onderwijsgebouwen is veelal geen mogelijkheid deze faciliteiten te organiseren.

Om de projecten uit het IHP (met name renovaties) mogelijk te maken, is er tijdelijke huisvesting nodig. De kosten ten behoeve van de tijdelijke huisvesting waren op het moment van het vaststellen van het IHP nog niet inzichtelijk en afhankelijk van de wijze van uitvoering. Met de Perspectiefnota 2020 is voorgesteld een bestemmingsreserve hiervoor in te stellen en €13 miljoen (uit de Algemene Reserve) beschikbaar te stellen. Raadsbreed zijn er vragen gesteld over onder meer noodzaak en hoogte van deze reservering en mogelijke alternatieven. De gemeente heeft naar aanleiding hiervan gevraagd om een second opinion. Een externe partij is verzocht het IHP te analyseren en onderzoek te doen naar alternatieve huisvestingsscenario’s (permanent en tijdelijk) voor de PO- en VO-scholen, waarbij globaal de gevolgen in tijd, geld, locatie en overlast inzichtelijk worden gemaakt. 

7.3 Een leven lang participeren - inwoners 18 jaar en ouder

Wat willen we bereiken?

7.3.1 Statushouders en nieuwkomers ondersteunen bij het zich settelen

De invoering van de Wet inburgering is uitgesteld naar 2021. Hierdoor worden maatregelen van 2019 verschoven naar 2020.
In de nieuwe Wet inburgering is de gemeente verantwoordelijk voor o.a. de inkoop van inburgeringslessen en het afnemen van een brede intake. In programma 6 staat meer geschreven over de aandacht voor participatie door statushouders.

7.3.2 Overbelasting van mantelzorgers voorkomen

Om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen is er in 2019 een actieplan opgesteld. In dit actieplan zijn  onderdelen benoemd die in de periode 2020 - 2021 uitgevoerd moeten worden. Een belangrijk onderdeel van dit actieplan is het communicatieplan. De kern hiervan is dat mantelzorgers weten waar ze terecht kunnen voor informatie, advies en ondersteuning.

Daarnaast is in 2019 een pilot gestart 'klantreis van de mantelzorger'. Deze pilot betreft het inzetten van een zogenoemde 'meedenker' van stichting MEE aan de start van het mantelzorgtraject; dit is een professional. Een 'beginnende' mantelzorger weet niet wat hem/haar te wachten staat, waar informatie en advies kan worden gehaald en hoe het leven veranderen zal. Door tijdig met de mantelzorger mee te denken, handvatten te verstrekken en zaken (tijdelijk) op te pakken, kan overbelasting worden voorkomen. 

 

7.3.3 Vrijwilligerswerk stimuleren

Vrijwilligers zijn onmisbaar. Veel activiteiten kunnen niet zonder hen. Dat is niet alleen in de wereld van zorg en welzijn het geval maar ook op het terrein van sport, kunst en cultuur, onderwijs en natuur e.d. Het doen van vrijwilligerswerk is belangrijk, niet alleen omdat je dan zelf mee doet, het kan ook anderen helpen te participeren. Vrijwilligerswerk kan bijvoorbeeld mantelzorgers ontlasten zodat zij overeind blijven, door ruimte te geven voor werk, studie, vrije tijd en ontspanning. 

7.3.4 Collectieve voorzieningen versterken

Onze algemene voorzieningen zijn laagdrempelig en zoveel mogelijk toegankelijk. Hiermee verminderen we de regeldruk voor onze inwoners en zorgen we ervoor dat het elkaar ontmoeten en het gebruiken van algemene voorzieningen gewoon wordt. De subsidieverlening aan onze voorliggende voorzieningen sluit aan bij ons beleidskader financiering en draagt bij aan het versterken van de sociale basis en preventie. Hierbij staat een meer participatieve invulling centraal. Onderdeel van het in 2018 vastgestelde subsidiebeleidskader is dat subsidies doelmatig moeten zijn en bijdragen aan gemeentelijke doelstellingen. 

Daarnaast buigen we zwaardere vormen van voorzieningen om naar lichtere collectieve voorzieningen en zetten hiervoor het innovatiebudget in. 

7.3.5 Wonen met zorg

We brengen wonen en zorg dichter bij elkaar. De vraag naar passende woonruimte, met allerlei varianten van ambulante zorg en ondersteuning, is toegenomen en dreigt er een tekort. Inwoners blijven, als ze ouder worden, langer zelfstandig thuis wonen dan vroeger. Ook zijn er meer kwetsbare inwoners die na een begeleidingstraject, in bijvoorbeeld een instelling voor beschermd wonen of een pleeggezin, zelfstandig willen en kunnen wonen.  We werken hierbij nauw samen met programma 4 Wonen. Voor de maatregelen verwijzen we naar programma 4.3.2.

7.3.6 Volwasseneducatie stimuleren

Laaggeletterdheid kan grote gevolgen hebben op het gebied van geld, werk, gezondheid en gezinsleven. Gemeente Gooise Meren vindt het belangrijk dat laaggeletterde inwoners kunnen rekenen op ondersteuning, zodat zij niet belemmerd worden in het dagelijks functioneren. Het is namelijk belangrijk dat ook deze inwoners economisch en maatschappelijk meedoen in de samenleving.

7.4 Omzien naar elkaar

Wat willen we bereiken?

7.4.1 Inclusie bevorderen

Inclusie is opgenomen in programma 1.

7.4.2 Eenzaamheid voorkomen en bestrijden

Eenzaamheid is een steeds groter maatschappelijk vraagstuk. Individuele ervaringen hebben invloed op het ontstaan van eenzaamheid, maar ook de veranderende samenleving is van invloed, o.a. individualisering en vergrijzing. Verminderde solidariteit, vertrouwen en cohesie in de samenleving kan leiden tot een toename van eenzaamheid.

In 2019 is een pilot uitgevoerd gericht op het vergroten van sociale cohesie en creëren van eigenaarschap op wijkniveau, waarbij inwoners zich gezamenlijk verantwoordelijk weten voor het aanzien van de wijk, goede contacten en gezamenlijke activiteiten. De  pilot was gericht op het identificeren van groepen van actieve inwoners en organisaties en het versterken van de verbindingen tussen de verschillende groepen met oog op het initiëren van een alliantie tegen eenzaamheid op wijkniveau. Het leggen van nieuwe verbindingen tussen mensen, organisaties en ondernemers zorgt voor een vruchtbare voedingsbodem voor het ontplooien van nieuwe  activiteiten en nieuwe vormen van ontmoeting. Maatschappelijke organisaties, ondernemers en gemeente kunnen hun steentje bijdragen door faciliteiten en ondersteuning te bieden. Door het (sociaal) netwerk in de wijk te versterken, is de kans op (sociale) eenzaamheid van inwoners in die wijk navenant lager. Inwoners en betrokken buurtgenoten zorgen zelf voor verbondenheid en aandacht voor elkaar. In 2020 werken we verder vanuit deze benadering.     

Naast de pilot zijn we aangesloten bij het Landelijke programma 'Één tegen eenzaamheid'. Met het programma wil de overheid eenzaamheid onder ouderen eerder signaleren en doorbreken. Gooise Meren is aangesloten bij de landelijke coalitie, maar richt zich in de aanpak niet alleen op ouderen. Eenzaamheid komt onder alle leeftijden voor. 

 

7.5 Gezonde leefomgeving & leefstijl

Wat willen we bereiken?

7.5.1 Gezond leven bevorderen

7.5.2 Medische voorzieningen zoveel mogelijk in stand houden

Onze inwoners moeten gebruik kunnen blijven maken van goed bereikbare eerstelijns en tweedelijns voorzieningen in de gezondheidszorg.  Dit past binnen het streven om hen langer zelfstandig thuis te kunnen laten wonen.

Zo gaan we dat doen

7.6 Bescherming en Opvang

Wat willen we bereiken?

7.6.1 Ondersteuning aan inwoners die (dreigen) maatschappelijk uit te vallen

De meest kwetsbaren in de samenleving krijgen de bescherming, hulp, ondersteuning en opvang die zij nodig hebben, zodat zij niet maatschappelijk uitvallen en/of weer mee kunnen doen aan de samenleving.

7.6.2 Stoppen huiselijk geweld en kindermishandeling

Onze opgave is huiselijk geweld en kindermishandeling en seksueel geweld terug te dringen, de schade ervan te beperken en zo de cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, te doorbreken. Onze ambitie is geweld eerder en beter in beeld te hebben en duurzaam te stoppen en op te lossen. Daarbij besteden we extra aandacht aan de meest kwetsbaren, zoals kinderen en ouderen. Wij werken daarvoor nauw samen met Veilig Thuis, met onze partners in het Zorg- en Veiligheidshuis en met de professionals in het veld. Dit geweld is namelijk een domeinoverstijgend probleem. Het raakt aan het veiligheidsbeleid, sociaal beleid, preventie, huisvesting, onderwijs en participatie.

7.7 Dierenwelzijn

Wat willen we bereiken?

7.7.1 Een goed leven voor dieren

De gemeente heeft zorgplicht voor dieren, als er niet voor ze gezorgd wordt of als ze niet voor zichzelf kunnen zorgen. De regelgeving over dieren is vastgelegd in de Wet dieren. De Wet dieren is de kaderwet waarin specifieke wetten zijn ondergebracht, zoals de Wet dierenbescherming. Binnen deze nationale kaders hebben gemeenten mogelijkheden om een positieve impact op dierenwelzijn te hebben. Wij streven ernaar om binnen de eigen bevoegdheden het dierenwelzijn te bevorderen van zowel gehouden als vrij levende dieren binnen de gemeentegrenzen van Gooise Meren.

 

Beleidsindicatoren

 

Taakveld 4. Onderwijs

Nr. Naam Indicator Eenheid Bron

Jaarstukken 2018

Begroot 2020

Gooise Meren

Begroot 2020 Gemeenten 50.000 - 100.000 inwoners Beschrijving Toelichting 
17. Absoluut verzuim Aantal per 1.000 leerplichtigen  DUO 0,1 0,1 1,82 Het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school, per 1.000 leerlingen.

Periode 2017.  We vinden het van belang dat jongeren onderwijs volgen om zo hun kansen in de maatschappij te vergroten. Daarom zetten we in op het verminderen van het verzuim, dat ieder jaar verder daalt.

18. Relatief verzuim Aantal per 1.000 leerplichtigen  DUO 21,5 20,28 23,28 Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is, per 1.000 leerlingen.

Periode 2018.  We vinden het van belang dat jongeren onderwijs volgen om hun kansen in de samenleving te vergroten. Daarom zetten we in op het verminderen van verzuim, dat ieder jaar verder daalt.

19. Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers) % deelnemers aan het VO en MBO onderwijs Ingrado 1,1 0,9 1,9 Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12 – 23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat.

Periode 2018.  Zonder startkwalificatie kunnen jongeren geen goede plek verwerven op de arbeidsmarkt, één van de voorwaarden om zelfredzaam te zijn. We zetten in op het verminderen van het aantal VSV'ers, dat ieder jaar verder daalt.

Taakveld 6. Sociaal Domein

Nr. Naam Indicator Eenheid Bron

Jaarstukken 2018

Begroot 2020

Gooise Meren

Begroot 2020 Gemeenten 50.000 - 100.000 inwoners Beschrijving Toelichting 
29. Jongeren met jeugdhulp % van alle jongeren tot 18 jaar CBS 6 8,5 11,7 Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar. Referentiejaar 2018. We zien een stijging in het aantal jongeren met jeugdhulp, ook op landelijk niveau. Met ons beleid willen we inzetten op een daling. 
30. Jongeren met jeugdbescherming % van alle jongeren tot 18 jaar CBS 0,6 0,7 1,3 Het percentage jongeren tot 18 jaar met een Jeugdbeschermings-maatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. Referentiejaar 2018. We zien een stabilisatie in het aantal jongeren met jeugdbescherming. Met ons beleid willen we inzetten op een daling.
31. Jongeren met jeugdreclassering % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar CBS 0,1 0,2 0,4 Het percentage jongeren (12-22 jaar) met een jeugdreclasserings-maatregel ten opzichte van alle jongeren (12-22 jaar). Referentiejaar 2018. We zien een stabilisatie in het aantal jongeren met jeugdreclassering.  Met ons beleid willen we inzetten op een daling.
32. Cliënten met een maatwerkarrangement WMO Aantal per 1.000 inwoners VNG 600 630 600 Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten. Referentiejaar VNG is 2017. We verwachten  een stijging van het aantal cliënten o.a. door de invoering van het abonnementstarief. 

 

 

 

Wat mag het kosten?

Bedragen x €1.000
Exploitatie Realisatie 2018 Begroting 2019 (na wijziging) Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
Lasten
626 Onderwijshuisvesting 3.704 4.150 6.138 6.303 6.446 7.006
627 Overige onderwijs 1.734 1.995 2.032 1.997 1.997 1.997
628 Collectieve voorzieningen 3.451 3.892 3.567 3.578 3.475 3.475
629 Maatwerkvoorzieningen wmo 6.817 8.548 8.764 8.759 8.758 8.758
630 Maatwerkvoorzieningen jeugd 10.293 10.374 10.418 10.368 10.367 10.367
631 Opvang en beschermd wonen 6.839 5.315 5.354 5.353 5.352 5.352
632 Gezondheidszorg 2.287 2.694 2.755 2.753 2.712 2.712
Totaal Lasten 35.124 36.969 39.030 39.112 39.107 39.667
Baten
626 Onderwijshuisvesting -24 0 0 0 0 -240
627 Overige onderwijs -311 -244 -281 -281 -281 -281
628 Collectieve voorzieningen -113 -133 -133 -133 -133 -133
629 Maatwerkvoorzieningen wmo -698 -737 -732 -732 -732 -732
630 Maatwerkvoorzieningen jeugd -22 0 0 0 0 0
631 Opvang en beschermd wonen -6.425 -5.388 -5.388 -5.388 -5.388 -5.388
632 Gezondheidszorg -10 0 0 0 0 0
Totaal Baten -7.603 -6.503 -6.534 -6.534 -6.534 -6.774
Resultaat voor bestemming 27.521 30.466 32.496 32.578 32.573 32.893
Stortingen
626 Onderwijshuisvesting 0 2.100 13.090 0 0 0
629 Maatwerkvoorzieningen wmo 1.234 0 0 0 0 0
Totaal Stortingen 1.234 2.100 13.090 0 0 0
Onttrekkingen
626 Onderwijshuisvesting 0 -6.323 -2.290 -2.289 -2.288 -2.286
627 Overige onderwijs -2 -204 -2 -2 -2 -2
628 Collectieve voorzieningen -30 -300 -270 -270 -270 -270
630 Maatwerkvoorzieningen jeugd 0 -15 0 0 0 0
Totaal Onttrekkingen -32 -6.842 -2.562 -2.561 -2.559 -2.558
Saldo reserves 1.201 -4.742 10.528 -2.561 -2.559 -2.558

Toelichting financiële verschillen

Toelichting verschillen begroting 2020 t.o.v. begroting 2019
Onderdeel programma 7 Verschil (x € 1.000) 

V/N 

(V= voordeel, N= nadeel)

Onderwijshuisvesting:

De uitwerking van de tijdelijke huisvesting onderwijs leidt in 2020 tot kapitaallasten van € 2.170.000 (in 2019 was € 500.000 begroot). Deze worden gedekt door een onttrekking aan de hiervoor ingestelde reserve tijdelijke huisvesting. (N 1.670.000)

1.670 N

Collectieve voorzieningen:

Verlaging doorbelaste personeelskosten t.o.v. 2019.

225 V

Maatwerkvoorzieningen WMO:

Verhoging kostenbudget WMO-voorzieningen en Persoonsgebondenbudget door verwerking meicirculaire van het Rijk (inflatiecorrectie).

216 N

Maatwerkvoorzieningen Jeugd:

Verhoging kostenbudget Jeugd-voorzieningen door verwerking meicirculaire van het Rijk (inflatiecorrectie).

44 N

Gezondheidszorg:

Hogere regiobijdrage Gooi en Vechtstreek t.o.v. 2019.

62 N

Overig onderwijs:

Lagere onttrekking uit reserve Onderwijsachterstandenbeleid.

202 N
Reserves    

Onderwijshuisvesting:

De tijdelijke huisvesting tijdens renovatie en nieuwbouw voor primair- en voortgezet onderwijs gaat ongeveer € 15,2 miljoen kosten in de periode 2019-2025. In de perspectiefnota is voorgesteld om voor de dekking hiervan een bestemmingsreserve in te stellen ten laste van de Algemene Reserve. De onttrekking uit de algemene reserve staat in programma 9 (budgetneutraal). In 2019 is hiervan € 2,1 mln. gestort. In 2020 de aanvullende 13,1 mln.

11.000 N

Onderwijshuisvesting:

Onttrekking uit de Reserve tijdelijke huisvesting onderwijs ter dekking afschrijvingslasten 2020 van € 2.170.000 (in 2019 is een onttrekking van € 500.000 geraamd, derhalve in 2020 een voordeel van € 1.670.000)  en uitwerking van de nota Reserves & Voorzieningen in 2019 waarbij de Reserve Godelindeschool is gesplitst en deels naar reserve MFC Keverdijk (zie Programma 4) is overgeheveld (N € 5.725.000 ) en de Reserve Onderwijsachterstandenbeleid is vrijgevallen ten gunste van de Algemene Reserve (N € 200.000). Daarnaast waren er in 2019 incidentele onttrekkingen conform het CUP voor de digitale sociale kaart en gezondheidsbeleid leidend tot een nadelig verschil in 2020 (N € 45.000)

4.300 N
Overige verschillen < € 70.000 30 N
Totaal 17.299 N

Investeringen

Het totaal aan voorgenomen investeringen voor dit programma in 2020 bedraagt € 7,6 miljoen (Schoolgebouwen en IKC). Met het vaststellen van de begroting wordt voor de in de onderstaande tabel opgenomen investering het krediet gevoteerd. Voor de andere voorgenomen investeringen worden in 2020 separate voorstellen aan u voorgelegd. De bijbehorende kapitaallasten zijn al in deze begroting verwerkt.

Omschrijving investering Toelichting Investeringsbedrag * in €
Programma 7
Nieuwbouw Oranje Nassau School

Voorbereidingskrediet van € 50.000 voor de nieuwbouw Oranje Nassau School (ONS). De nieuwbouw (verwachte start in 2022) is gerelateerd aan de bouw van IKC Muiden. De gemeente wordt naar verwachting bouwheer van het IKC en we zullen daarbij een nader haalbaarheidsonderzoek uitvoeren inzake de locatie voor ONS.

50.000
Totaal   50.000

* Investeringsbedrag exclusief bijdragen van derden