Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Inleiding

In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de door de gemeente Gooise Meren geheven belastingen, bestemmingsheffingen en retributies (rechten en leges). De heffingsbevoegdheid ontleent de gemeente aan een wettelijke grondslag, zoals de Gemeentewet en de Wet milieubeheer. Het invoeren, wijzigen en afschaffen van lokale heffingen is een bevoegdheid van de gemeenteraad.

Onder de belastingen vallen de onroerendezaakbelastingen, de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten, de precariobelasting, de toeristenbelasting, de watertoeristenbelasting, de reclamebelasting en de parkeerbelasting.
Onder de bestemmingsheffingen vallen de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.
De rechten en leges omvatten een grote groep belastbare feiten, dit betreft de marktgelden, de lijkbezorgingsrechten, de leges inzake omgevingsvergunningen, reisdocumenten, burgerlijke stand en gemeentelijke basisadministratie etc.

Voor zowel de bestemmingsheffingen als de rechten en leges geldt dat de tarieven maximaal kostendekkend mogen zijn en dat opbrengst gebruikt wordt voor de dekking van gemaakte kosten.

Beleid lokale heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Beleid lokale heffingen

'Burgers, bedrijven en andere belanghebbenden leveren een rechtvaardige bijdrage in de gemeentelijke voorzieningen.' Zo is het beleid van de gemeente Gooise Meren op het gebied van lokale heffingen samen te vatten. De lokale lastendruk blijft in reële termen gelijk, waarbij er van wordt uitgegaan dat leges en rechten kostendekkend blijven of worden. Uitzondering daarop zijn de begraafrechten en marktgelden. Bij deze rechten wordt gestreefd naar een kostendekkendheid die is gebaseerd op de realisatiecijfers van de afgelopen jaren. De OZB wordt, anders dan de gebruikelijke indexering en de gemaakte afspraken, niet verder verhoogd. 

Aanpassing belastingen en heffingen 2025

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Aanpassing belastingen en heffingen 2025

De geraamde opbrengsten van belastingen zijn voor 2025 verhoogd met het door het CPB geraamde inflatiepercentage van 1,4% (inclusief nacalculatie 2024). Onderstaand wordt een aantal aanpassingen nader toegelicht.

   Afvalstoffenheffing: Met ingang van 2025 wordt de wettelijk toegestane toerrekening van de straatreiniging meegenomen bij de bepaling van de tarieven. Daarnaast geldt voor deze heffing 100% kostendekking. Door deze uitgangspunten stijgen de tarieven met 4,5%. 
•    Rioolheffing: Gelet op het uitgangspunt van 100% kostendekking van het product Riolering wordt er bij de bepaling van de tarieven naast de indexering ook rekening gehouden met een autonome stijging (2,5% voor 2025).

•   Toeristenbelasting: Het tarief voor de toeristenbelasting stijgt met meer dan het inflatiepercentage. Dit komt doordat in 2022 de opbrengst toeristenbelasting extra is verhoogd, maar het tarief alleen is verhoogd met inflatiecorrectie en dus niet is meegegroeid met de extra opbrengststijging. Dit wordt voor 2025 gecorrigeerd.

Tarieven 2025

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Tarieven 2025

In onderstaand tarievenoverzicht zijn de belangrijkste belastingtarieven voor 2025 opgenomen.

Heffing
Grondslag
Tarief 2025
OZB woning eigenaar
% WOZ-waarde
0,0623%
OZB niet-woning eigenaar
% WOZ-waarde
0,1595%
OZB niet-woning gebruiker
% WOZ-waarde
0,1203%
Toeristenbelasting / watertoeristenbelasting
Per overnachting / per etmaal
€ 2,40
Afvalstoffenheffing
Eénpersoonshuishouden
€ 267,80
Meerpersoonshuishouden
€ 420,95
Rioolheffing woning eigenaar
Per aansluiting op riolering
€ 251,20
Rioolheffing niet-woning gebruiker
Niet meer afgevoerd dan 500 m3
€ 244,70
Parkeerbelasting (per uur)
Bussum (straat)
€ 1,70
Bussum (garage)
€ 1,00
Muiden
€ 3,40
Parkeerbelasting (vergunningen)
Bewonersvergunning
€ 41,30
Bedrijvenvergunning
€ 178,40

Opbrengsten voor het belastingjaar 2025

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Opbrengsten voor het belastingjaar 2025

In het onderstaande overzicht staan de geraamde en werkelijke baten voor 2025 vermeld (bedragen x € 1.000).

Heffing
Raming 2025
Realisatie 2025
% aandeel 2025
Onroerendezaakbelasting (OZB) Woningen
10.408
10.417
26,89%
Onroerendezaakbelasting (OZB) Niet-woningen
2.718
2.600
6,71%
Roerende zaakbelasting (RZB)
13
15
0,04%
Parkeerbelasting
3.446
3.569
9,21%
Toeristenbelasting
238
222
0,57%
Reclamebelasting
219
234
0,60%
Precariobelasting
45
46
0,12%
Afvalstoffenheffing
9.498
9.636
24,88%
Rioolheffing
7.310
7.325
18,91%
Bouwleges
1.474
1.891
4,88%
Overige leges
1.446
1.592
4,11%
Lijkbezorgingsrechten
988
1.095
2,83%
Marktgelden
115
91
0,23%
Totaal
37.918
38.733
100%

Toelichting belangrijkste verschillen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Toelichting belangrijkste verschillen

In totaal zijn de opbrengsten voor het belastingjaar 2025 € 0,8 mln. hoger dan begroot:

  • Parkeerbelastingen € 123.000 hoger dan geraamd. De opbrengsten parkeerbelasting fluctueren jaarlijks en zijn voor 2025 met 3,6% hoger dan ingeschat.
  • Bouwleges € 417.000 hoger dan geraamd. Aan het eind van het jaar is nog een aantal aanvragen voor grote projecten binnengekomen waardoor de opbrengst hoger uitviel dan ingeschat bij VV2 en de decemberwijziging.
  • Overige leges € 146.000 hoger dan geraamd. Dit komt hoofdzakelijk door hogere opbrengsten van  paspoorten en leges burgerlijke stand.
  • Afvalstoffenheffing € 138.000 hoger dan begroot, met name door voordelig effect bepaling aandeel afvalstoffenheffing ultimo 2025 in dubieuze debiteuren.
  • OZB niet-woningen in totaal € 118.000 lager dan geraamd. 

Kostendekkende heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kostendekkende heffingen

Kostendekkende heffingen
In de paragraaf lokale heffingen moet een overzicht van baten en lasten worden opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. In dit hoofdstuk worden de diverse heffingen kort behandeld en wordt per heffing via een vast format inzicht gegeven in de kosten die (vanuit de diverse taakvelden en extracomptabel) aan de heffing worden toegerekend. De gehanteerde tariefstelling, geraamde baten en eventuele achterliggende beleidskeuzes worden ook per heffing aangeven.
Onafhankelijk van de aard en samenstelling van de overhead kan deze worden toegerekend aan de directe kosten van de taakvelden. Deze toerekening vindt voor heffingen extracomptabel plaats. Voor wat betreft het toerekenen van overhead aan de tarieven is gekozen voor een systematiek waarbij de totale overhead op taakveld 0.4 op basis van de volgende formule wordt verdeeld:

Opslag taakveld = 
aan heffing toegerekende directe loonkosten x (totale overheadkosten / totale loonkosten directe producten)


Hieronder is, per heffing, aangegeven wat het percentage kostendekkendheid is voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, begraafrechten, marktgelden en leges. Hierbij is inzichtelijk gemaakt welke kosten en inkomsten dit betreft, rekening houdend met de uitgangspunten conform het BBV.
Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt het saldo onttrokken uit de egalisatievoorziening om te komen tot een 100% kostendekkendheid. De btw is een toegestaan onderdeel van de berekening/tarief.

Afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing wordt geheven van percelen waarvoor een inzamelplicht voor huishoudelijke afvalstoffen bestaat. De verschillen tussen de werkelijke lasten en baten voor de afvalstoffenheffing worden verrekend met de egalisatievoorziening. Hierdoor is de kostendekkendheid altijd 100%.

Met de dotatie van het batig saldo (circa € 497.000) in de voorziening wordt de kostendekking 100%. 

Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing

  2025

(Bedragen x € 1.000 )

Kosten taakveld afval 7.414
Inkomsten taakveld afval, excl. heffingen -111
Netto kosten taakveld

7.303

Toe te rekenen kosten kwijtschelding 294
Overhead 107
btw op exploitatie en investeringen 1.520
Totale kosten 9.224
Opbrengst heffingen -9.636
Dekkingspercentage 104%

Tarieven afvalstoffenheffing en beleidskeuzes
De afvalstoffenheffing in de gemeente Gooise Meren is gedifferentieerd naar de grootte van het huishouden in de vorm van een éénpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden. Hiermee wordt zoveel mogelijk recht gedaan aan het principe ‘de vervuiler betaalt’ en blijft de uitvoering van de heffing praktisch uitvoerbaar.

 

Rioolheffing
Rioolheffing wordt geheven van de eigenaar (woning) of gebruiker (bedrijf) van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De gemeente is wettelijk verplicht om haar zorgplichten voor afval- hemel- en grondwater na te komen. De verschillen tussen de werkelijke lasten en baten voor de rioolheffing worden verrekend met de egalisatievoorziening. Hierdoor is de kostendekkendheid altijd 100%. Op grond van het vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan 20232026 is de rioolheffing boven op de inflatiecorrectie met 2,5% verhoogd.

Met de dotatie van het batig saldo (circa € 364.000) in de voorziening wordt de kostendekking 100%. 

Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing

2025 

( Bedragen x € 1.000)

Kosten taakveld riolering 5.804
Inkomsten taakveld riolering, excl. heffingen -161
Netto kosten taakveld 5.644
Overhead 391
btw op exploitatie en investeringen 925
Totale kosten 6.960
Opbrengst heffingen -7.325
Dekkingspercentage 105%

Tarieven rioolheffing en beleidskeuzes
Bij de harmonisatie van de tarieven voor de rioolheffing is ervoor gekozen om voor woningen een vast bedrag per aansluiting te heffen van de eigenaar. De kosten van het leggen van riolering en overige voorzieningen zijn voornamelijk vaste kosten. De mate van gebruik van de voorzieningen per individueel perceel heeft over het algemeen slechts een klein effect op de totale kosten. Dit rechtvaardigt het gebruik van een vast bedrag. 
Voor niet-woningen is gekozen om de rioolheffing te baseren op het waterverbruik en te heffen van de gebruiker. De tariefklassen zijn zodanig ingedeeld dat dit het effect heeft van een vast bedrag per aansluiting, maar waarbij de echte grootverbruikers extra bijdragen. 


Begraafplaatsrechten
Begraafplaatsrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaats en het gebruik van de diensten die daarbij worden verleend. De gerealiseerde opbrengst is al een aantal jaar relatief stabiel en is hoofdzakelijk afhankelijk van het aantal begrafenissen en de opbrengst van het jaarlijks onderhoudsrecht. Voor 2025 is de geraamde opbrengst verhoogd met het inflatiepercentage. 

Berekening van kostendekkendheid van de begraafrechten

2025 

(Bedragen x € 1.000)

Kosten taakveld begraven 1.228
Inkomsten taakveld begraven, excl. heffingen -164
Netto kosten taakveld 1.064
Overhead 475
Totale kosten 1.539
Opbrengst heffingen -1.095
Dekkingspercentage 71%

 

Tarieven begraafplaatsrechten
De verordening kent een tarieventabel met een uiteenlopend aantal tarieven voor verschillende diensten. Voor begraafplaatsrecht wordt gestreefd naar een kostendekkendheid van minimaal 50%. Dit streefpercentage is gebaseerd op de werkelijke kostendekkendheid in de afgelopen jaren.

Door de uitgifte van meer natuurgraven dan geraamd en extra inkomsten rondom begrafenissen, is het dekkingspercentage in 2025 hoger dan het streefpercentage.

 

Marktgelden
Marktgelden worden geheven voor het gebruiken van openbare grond c.q. het innemen van een standplaats op het marktterrein, gedurende de tijd dat het markt is. De opbrengst is afhankelijk van de daadwerkelijke bezetting van de weekmarkt. Voor 2024 is de geraamde opbrengst met het inflatiepercentage verhoogd. 

 

Berekening van kostendekkendheid van de marktgelden

2025 

(Bedragen x € 1.000)

Kosten taakveld marktgelden 73
-Inkomsten taakveld marktgelden, excl. heffingen -2
Netto kosten taakveld 70
Overhead 36
btw 4
Totale kosten 110
Opbrengst heffingen -93
Dekkingspercentage 85%

Tarieven marktgelden
Het marktgeld bedraagt een tarief per vierkante meter ingenomen ruimte. Voor marktgelden wordt gestreefd naar een kostendekkendheid van minimaal 50%. Dit streefpercentage is gebaseerd op de werkelijke kostendekkendheid in het afgelopen jaar.

 

Leges
Leges worden geheven voor het door de gemeente verlenen van diensten zoals opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Deze tarieventabel bestaat uit drie titels: Algemene dienstverlening, Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving (omgevingsvergunningen) en Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn (specifiek voor ondernemers). Binnen de drie titels zijn de leges onderverdeeld in hoofdstukken waarbinnen de samenhangende tarieven zijn geclusterd. 
De opbrengsten zijn in de begroting niet op hoofdstukniveau opgenomen, maar zijn functioneel gegroepeerd. Van een aantal diensten wordt namelijk dusdanig weinig gebruik gemaakt dat het apart opnemen van een raming geen meerwaarde heeft.

Het totaal percentage kostendekkendheid aan leges (titel 1, 2 en 3) bedraagt 59%.

 

 

Berekening van kostendekkendheid van de leges 

2025 

(Bedragen  x € 1.000)

Kosten taakvelden

3.836
Overhead 1.739
Totale kosten 5.575
Totale opbrengsten 3.326
Dekkingspercentage 60%

Onder algemene dienstverlening valt bijvoorbeeld Burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen.

Berekening van kostendekkendheid van de leges Titel 1; Algemene dienstverlening

2025

 (Bedragen x € 1.000)

Kosten taakvelden 1.217
Overhead 504
Totale kosten 1.721
Totale opbrengsten 1.412
Dekkingspercentage 82%

Onder algemene dienstverlening valt bijvoorbeeld Burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen.

Berekening van kostendekkendheid van de leges Titel 2; Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

2025

(Bedragen x € 1.000)

Kosten taakvelden 2.319
Overhead 1.108
Totale kosten 3.427
Totale opbrengsten 1.892
Dekkingspercentage 55%

Onder Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning valt de omgevingsvergunning.

Berekening van kostendekkendheid van de leges Titel 3; Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

2025

(Bedragen x € 1.000)

Kosten taakvelden 299
Overhead 128
Totale kosten 427
Totale opbrengsten 22
Dekkingspercentage 5%

Onder Dienstverlening vallend onder Europese richtlijnen valt bijvoorbeeld horeca, organiseren van evenementen en markten.

Lokale belastingdruk

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Lokale belastingdruk

Door de totale woonlasten voor meerpersoonshuishoudens in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (zoals geproduceerd door het Coelo) en uit te drukken in een percentage van  de ontwikkeling van de woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde worden geschetst.
De woonlasten bestaan uit de onroerende-zaakbelasting, afvalstoffenheffing (meerpersoons) en de rioolheffing. 

Rekening 2024
Begroting 2025
Rekening 2025
Totale woonlasten gezin Gooise Meren in jaar t
€ 1.102
€ 1.139
€ 1.144
Woonlasten gemiddelde voor gezin in t-1
€ 944
€ 1.101
€ 1.101
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde jaar er voor (x 100%)
117%
115%
114%

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kwijtscheldingsbeleid

Belastingplichtigen die de belastingschuld niet kunnen voldoen door het ontbreken van (voldoende) vermogen of inkomen kunnen kwijtschelding aanvragen. Het beleid dat hierbij gehanteerd wordt, ligt vast in de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Alleen voor de afvalstoffenheffing wordt in 2025 kwijtschelding verleend. Voor andere gemeentelijke belastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

In 2025 zijn er in totaal 1.201 kwijtscheldingsverzoeken binnengekomen. Dit aantal is inclusief 532 geautomatiseerd afgehandelde toegekende verzoeken, en ligt in lijn met de voorgaande jaren (2024: 1.203, 2023: 1.135, 2022: 1.212). Het aantal toegekende verzoeken (geautomatiseerd plus handmatig) is 887. Ook dit aantal ligt in lijn met de voorgaande jaren (2024: 891, 2023: 904, 2022: 906).

 

Algemene ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Algemene ontwikkelingen

De gemeente is voor de inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van inkomsten vanuit de Rijksoverheid. Daarbij zorgt de huidige financieringssystematiek voor schommelingen in inkomsten bij de gemeenten en biedt beperkte ruimte voor autonomie. Vanuit het VNG is er overleg met het Rijk voor meer mogelijkheden voor de gemeente om belasting te heffen. De lastenverzwaring voor inwoners dient vervolgens teruggesluisd te worden via lagere inkomstenbelastingen. Momenteel liggen er voorstellen over de verruiming op lokaal belastinggebied die bedoeld zijn voor de periode na 2025.