Bijlage 3 Indicatoren

Verplichte indicatoren eigen gegevens

Terug naar navigatie - Bijlage 3 Indicatoren - Verplichte indicatoren eigen gegevens
Verplichte indicatoren eigen gegevens
Programma
Nummer indicator
Naam indicator
Eenheid
Bron
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Realisatie 2025
5
1
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
6,91
7,68
7,92
8,41
5
2
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
6,62
7,15
7,41
7,73
5
3
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
Eigen begroting
€ 668
€ 783
€ 886
€ 930
5
4
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
Eigen begroting
13,70%
13,90%
14,80%
14,40%
5
5
Overhead
% van totale lasten
Eigen begroting
12,10%
13,20%
12,50%
12,60%
Programma
Nummer indicator
Toelichting
5
1
De toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat voor het begrotingsjaar op peildatum 1 januari en voor het realisatiejaar per 31 december.
5
2
Het werkelijke aantal fte dat werkzaam is, inclusief boventallige medewerkers, voor het begrotingsjaar op 1 januari en realisatiejaar per 31 december.
5
3
Alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief bestuur.
5
4
Het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de organisatie in dienst zijnde opdrachtgever. In de begroting is dit 0%, omdat hier de toegestane formatie leidend is voor de budgetbepaling.
5
5
Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.

Verplichte indicatoren Waar staat je gemeente?

Terug naar navigatie - Bijlage 3 Indicatoren - Verplichte indicatoren Waar staat je gemeente?
Verplichte indicatoren Waar staat je gemeente?
Programma
Nummer indicator
Naam indicator
Eenheid
Bron
GM 2022
GM 2023
GM 2024
GM 2025
gemeente 50.000 - 100.000 inwoners
1
20
Niet-sporters
%
Gezondheids-enquête (CBS, RIVM)
36,6%
1 x per 2 jr
34,4%
n.n.b.
44,9%
1
32
Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo
Aantal per 10.000 inwoners
GMSD
geen gegevens
610
600
540
680
2
17
Absoluut verzuim
Aantal per 1.000 leerlingen
DUO
0
0
0,7
n.n.b.
5,7
2
18
Relatief verzuim
Aantal per 1.000 leerlingen
DUO
22
25
37
n.n.b.
26
2
19
Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)
% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs
Ingrado
1,4%
1,3%
1,2%
n.n.b.
2,3%
2
23
Kinderen in uitkeringsgezin
% kinderen tot 18 jaar
CBS
3,0%
3,0%
3,0%
n.n.b.
5,0%
2
26
Werkloze jongeren
% 16 t/m 22 jarigen
CBS
1,0%
1,0%
1,0%
n.n.b.
2,0%
2
29
Jongeren met jeugdhulp
% van alle jongeren tot 18 jaar
CBS
13,0%
13,4%
14,3%
n.n.b.
14,1%
2
30
Jongeren met jeugdbescherming
% van alle jongeren tot 18 jaar
CBS
0,9%
0,7%
0,6%
n.n.b.
1,1%
2
31
Jongeren met jeugdreclassering
% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
CBS
0,1%
0,1%
0,1%
n.n.b.
0,4%
3
14
Functiemenging
%
CBS BAG/LISA
46,4%
47,0%
47,7%
n.n.b.
53,0%
3
33
Omvang huishoudelijk restafval
Kg/inwoner
CBS
147
146
150
n.n.b.
142
3
34
Hernieuwbare elektriciteit
%
RWS
9,80%
n.n.b
n.n.b.
n.n.b.
30,30%
3
35
Gemiddelde WOZ waarde
Duizend euro
CBS
€ 503.000
€ 559.000
€ 579.000
€ 595.000
€ 380.000
3
36
Nieuw gebouwde woningen
Aantal per 1.000 woningen
BAG
15
4
8,6
n.n.b.
7,7
3
37
Demografische druk
%
CBS
86,1%
85,2%
84,4%
84,2%
75,6%
3
38
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden
In Euro's
COELO
€ 857
€ 903
€ 956
€ 990
€ 948
3
39
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
In Euro's
COELO
€ 989
€ 1.040
€ 1.103
€ 1.144
€ 1.032
4
16
Vestigingen (van bedrijven)
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-65 jaar
LISA
229,4
238,2
256,8
n.n.b.
179,9
4
21
Banen
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar
CBS / LISA
671,8
671,9
691,9
n.n.b.
813,8
4
24
Netto arbeidsparticipatie
% van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking
CBS
74,4%
75,1%
75,3%
n.n.b.
73,2%
4
27
Personen met een bijstandsuitkering
Aantal per 10.000 inwoners
CBS
237,8
219
225
226,4
301,8
4
28
Lopende re-integratievoorzieningen
Aantal per 10.000 inwoners van 15-64 jaar
CBS
155,4
189,4
197,4
n.n.b.
202,6
5
6
Verwijzingen Halt
Aantal per 10.000 inwoners van 12 t/m 17 jaar
Bureau Halt
7
7
10
n.n.b.
9
5
8
Winkeldiefstallen
Aantal per 1.000 inwoners
CBS
1,7
2,2
1,3
n.n.b.
2
5
9
Geweldsmisdrijven
Aantal per 1.000 inwoners
CBS
2,4
2,6
2,8
n.n.b.
4
5
10
Diefstallen uit woning
Aantal per 1.000 inwoners
CBS
3,1
2,3
1,44
n.n.b.
1,2
5
11
Misdrijven - Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)
Aantal per 1.000 inwoners
CBS
4,7
5,2
3,61
n.n.b.
5,5
5
22
Jongeren met een delict voor de rechter
% 12 t/m 21 jarigen
CBS / gemeentelijke monitor sociaal domein
1,0%
1,0%
n.n.b.
n.n.b.
1,0%

Toelichtingen verplichte indicatoren

Terug naar navigatie - Bijlage 3 Indicatoren - Toelichtingen verplichte indicatoren
Toelichtingen verplichte indicatoren
Programma
Nummer indicator
Toelichting
1
20
Het percentage inwoners dat niet wekelijks sport ten opzichte van het totaal aantal inwoners. Deze indicator wordt elke vier jaar onderzocht met behulp van de gezondheidsmonitor van de GGD. De meest recente cijfers dateren uit 2022. Op basis van die cijfers hebben we in Gooise Meren minder inwoners die niet wekelijks sporten (36,6%) ten opzichte van vergelijkbare gemeenten (46,4%).
1
32
Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo.
2
17
Het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school per 1.000 leerlingen. Meer informatie kunt u vinden in het Jaarverslag van het RBL. In schooljaar 2024-2025 is er in Gooise Meren geen sprake van absoluut verzuim, net als het schooljaar daarvoor.
2
18
Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is per 1.000 leerlingen. Meer informatie kunt u vinden in het Jaarverslag van het RBL. In schooljaar 2024-2025 zijn 267 leerlingen in totaal ongeoorloofd afwezig geweest. Dit vertaalt zich naar 26 per 1000 leerlingen. Dat is in lijn met voorgaande jaren.
2
19
Het percentage van het totaal aantal leerlingen van het VO en MBO (12 – 23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat. Meer informatie kunt u vinden in het Jaarverslag van het RBL. In schooljaar 2024-2025 waren er in Gooise Meren in totaal 73 vroegtijdig schoolverlaters. Dit is 1,4% van het totaal aantal leerlingen op het vo en mbo. Daarmee is het percentage iets hoger dan voorgaande jaren, maar is er geen sprake van een significant verschil.
2
23
Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen in Gooise Meren is structureel lager t.o.v. landelijke gemiddelde voor gemeenten die een vergelijkbare grootte hebben. Een mogelijke reden is het sociaaleconomische profiel van onze gemeente. In Gooise Meren hebben de inwoners gemiddeld hogere besteedbaar inkomen, zijn er relatief veel tweeverdieners, zijn de inwoners gemiddeld hoger geschoold en bevindt de gemeente zich in een sterkte arbeidsmarktregio met relatief veel werkgelegenheid.
2
26
Het percentage werkloze jongeren (16-22 jaar). Het percentage werkloze jongeren tussen 16 en 22 jaar is in Gooise Meren structureel lager dan landelijke gemiddelde voor gemeenten die een vergelijkbare grootte hebben. Een mogelijke reden is het sociaaleconomische profiel van onze gemeente. Gooise Meren bevindt de zich in een sterkte arbeidsmarktregio met relatief veel werkgelegenheid. Daarnaast hebben de inwoners gemiddeld een hogere besteedbaar inkomen, zijn de gezinnen sociaaleconomisch stabieler en zijn de inwoners gemiddeld hoger geschoold. Deze factoren maken de kans op het vroegtijdig verlaten van school kleiner. Ook zijn er regionale maatregelen en samenwerking gericht op de jeugdwerkloosheid.
2
29
Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. In de eerste helft van 2025 kreeg 11,2 % van de jeugdigen tot 18 jaar in Gooise Meren jeugdhulp. Landelijk was dit percentage 11,4%. In het eerste halfjaar van 2024 was dit nog 12,1%, evenals in het tweede halfjaar van 2024. Het is te vroeg om definitieve conclusies te trekken maar een daling in het percentage jongeren in de jeugdhulp zou te maken kunnen hebben met de interventies die we inzetten in de preventie en het voorveld om duurdere hulp te voorkomen. Bijvoorbeeld bij de praktijkondersteuner huisartsen jeugd zien we een daling in de doorverwijzingen naar jeugdhulp.
2
30
Het percentage jongeren tot 18 jaar met een Jeugdbeschermings-maatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. Dit percentage is in de eerste helft van 2025 0,6%. We zien hierin een lichte daling over de afgelopen jaren.
2
31
Het percentage jongeren (12-23 jaar) met een jeugdreclasserings-maatregel ten opzichte van alle jongeren (12-23 jaar). Dit percentage is in de eerste helft van 2025 0,1%. We zien een stabilisatie in dit percentage.
3
14
De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen.
3
33
De hoeveelheid restafval per bewoner per jaar (kg).
3
34
Hernieuwbare elektriciteit is elektriciteit die is opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa. Hernieuwbare elektriciteit komt uit bronnen die steeds opnieuw worden aangevuld. De berekening van het totaal aan hernieuwbare elektriciteit is voor een deel gebaseerd op modelmatige interpretaties.
3
35
De gemiddelde WOZ waarde van woningen.
3
36
Het aantal nieuw gebouwde woningen, per 1.000 woningen.
3
37
De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar.
3
38
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoons-huishouden betaalt aan woonlasten.
3
39
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoons-huishouden betaalt aan woonlasten.
4
16
Het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-65 jaar. Het streven is om het aantal vestigingen gelijkblijvend te houden.
4
21
Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. Het aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar.
4
24
Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking.
4
27
Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners.
4
28
Het aantal lopende re-integratie-voorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.
5
6
Het aantal verwijzingen naar Halt, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 12-17 jaar. De Halt-straf is een interventie voor jongeren van 12 - 17 jaar. Zij komen na het plegen van een licht strafbaar feit onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een Halt-straf. Jongeren komen bij Halt terecht via de politie (soms na expliciete toestemming door het OM), een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA), of bijvoorbeeld een leerplichtambtenaar.
5
8
Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners.
5
9
Het aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners. Voorbeelden van geweldsmisdrijven zijn seksuele misdrijven, levensdelicten zoals moord en doodslag en dood en lichamelijk letsel door schuld (bedreiging, mishandeling, etc.).
5
10
Diefstallen uit woning. Het aantal diefstallen uit de woning dat door de politie is geregistreerd.
5
11
Het aantal vernielingen en beschadigingen per 1.000 inwoners. Hieronder vallen brandstichting, alle vormen van vernieling en misdrijven tegen de openbare orde en het openbaar gezag. Voorbeelden van misdrijven tegen de openbare orde en tegen het openbaar gezag zijn opruiing, huis-, computer- en lokaalvredebreuk, deelneming aan een criminele of terroristische organisatie, openlijke geweldpleging, godslastering, discriminatie en het doen van een valse aangifte.
5
22
Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen. Het percentage jongeren (12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-22 jaar). Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door kinderrechter of de officier van justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart. De begeleiding kan doorlopen tot de jongere 23 jaar wordt.