Programma 3 Passend wonen in een groene omgeving
Maatschappelijke effecten
Terug naar navigatie - Programma 3 Passend wonen in een groene omgeving - Maatschappelijke effectenDe gemeente Gooise Meren biedt passende woonruimte.
De gemeente Gooise Meren is duurzaam, leefbaar en toekomstgericht.
De gemeente Gooise Meren groeit met behoud van de kwaliteit van de groene en veilige leefomgeving.
Beleidsnota's
Terug naar navigatie - Programma 3 Passend wonen in een groene omgeving - Beleidsnota'sDiverse beheerplannen
Visie Aan de Gooise Kust 2020-2040
Begraven in Gooise Meren
Nota bodembeheer gemeente Gooise Meren
Woonvisie Gooise Meren 2017-2025
Woonzorgvisie, Wonen met zorg in veerkrachtige wijken 2023
Regionale woonvisie Gooi- en Vechtstreek 2016-2030
Woonakkoord Regio Gooi- en Vechtstreek 2021
Welstandsnota Gooise Meren 2019
Groennota Bussum
Nota Cultuurhistorie en Landschap Muiden
Visie agrarische sector Muiden
Ruimtelijke visie Muiderberg
Gemeentelijk rioleringsplan 2023-2026
Visie Buitenruimte
Actieplan Samen Sneller Duurzaam Gooise Meren
Transitievisie warmte Gooise Meren
Omgevingsvisie Gooise Meren
Waardevolle bomen Gooise Meren
Herijking RES 2024 Noord-Holland Zuid
Beleidsnota Energietransitie gemeente Gooise Meren
Beleidskader Duurzaamheid
Beleidsnota Een Circulaire Samenleving
Beleidsnota Voedseltransitie Gooise Meren
3.1. Wonen
Terug naar navigatie - - 3.1. WonenWat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 3.1. Wonen - Wat willen we bereiken?Gooise Meren is een aantrekkelijke gemeente om te wonen, maar heeft ook te maken met een groot woningtekort en stijgende woningprijzen, met name voor ouderen, gezinnen en starters. We willen de doorstroom bevorderen en zorgen voor passende woningen voor alle inwoners van Gooise Meren. We creëren gemeenschappen waar mensen prettig kunnen wonen en elkaar kunnen ontmoeten. Daarbij hebben we oog voor zowel huidige bewoners als nieuwe woningzoekenden en vinden we het essentieel hen actief te betrekken om samen tot gedragen en toekomstbestendige oplossingen te komen.
3.2. Buitenruimte & leefomgeving
Terug naar navigatie - - 3.2. Buitenruimte & leefomgevingWat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 3.2. Buitenruimte & leefomgeving - Wat willen we bereiken?Gooise Meren is een groene gemeente met bijzondere natuur, waardevolle landschappen, water en aantrekkelijke kernen. Die kwaliteiten willen we behouden en waar mogelijk versterken, omdat groen bijdraagt aan welzijn en gezondheid. Tegelijkertijd moet de buitenruimte praktisch bruikbaar, veilig en goed onderhouden blijven voor inwoners, ondernemers en bezoekers. We werken daarbij samen met inwoners, natuurorganisaties, ondernemers, scholen en verenigingen en maken keuzes die doelmatig zijn en passen binnen de financiële haalbaarheid. Zo zorgen we dat iedere wijk kan rekenen op een prettige, veilige en goed onderhouden buitenruimte.
Gooise Meren ontwikkelt zich tot een klimaat- en natuurinclusieve gemeente waarin biodiversiteit zichtbaar toeneemt, natuurgebieden beter met elkaar verbonden zijn en inwoners actief bijdragen aan een groene, gezonde leefomgeving. We gaan werk maken van het structureel opnemen van de rechten van de natuur in het gemeentelijk beleid.
Net als de natuur hebben dieren ook rechten. Dierenwelzijn is onlosmakelijk verbonden met het welzijn van inwoners. Een huisdier bestrijdt eenzaamheid, zorgt ervoor dat inwoners actief blijven en het zorgen voor een dier biedt ritme en structuur. Wij zetten ons in voor een diervriendelijke leefomgeving waarin de natuurlijke behoeften van dieren centraal staan en waar educatie en bewustwording een belangrijke rol spelen.
3.3. Duurzaamheid
Terug naar navigatie - - 3.3. DuurzaamheidWat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 3.3. Duurzaamheid - Wat willen we bereiken?We zetten in op duurzame ontwikkeling, met als doel een toekomstbestendige leefomgeving te creëren waarin we de impact op het klimaat minimaliseren en toewerken naar een klimaatneutrale samenleving in 2050. We willen dat de energie die we gebruiken steeds vaker duurzaam is. Door energie duurzaam op te wekken met zon of wind en te kiezen voor duurzame warmtealternatieven. Ook wensen we dat we als samenleving steeds meer energie kunnen besparen. We willen voorbereid zijn op de gevolgen van het veranderende klimaat, waaronder wateroverlast, hittestress en droogte. Het waterschap en de provincie zijn hierbij belangrijke partners. Zo houden we onze leefomgeving veilig, leefbaar en economisch gezond.
3.4. Ruimtelijke ontwikkeling
Terug naar navigatie - - 3.4. Ruimtelijke ontwikkelingWat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 3.4. Ruimtelijke ontwikkeling - Wat willen we bereiken?In Gooise Meren benutten we de schaarse ruimte zo goed mogelijk door te kiezen voor duurzame ontwikkeling, met respect voor natuur, historische waarde en leefbaarheid. De grote vraag naar ruimte voor woningbouw, groen, de energietransitie en voorzieningen dwingt tot het maken van keuzes. We moeten de beschikbare ruimte zo goed mogelijk benutten, met oog voor zittende bewoners en starters op zoek naar een woning. De gemeente heeft een brede portefeuille met (gebiedsontwikkelings)projecten, waar grote investeringen mee gemoeid gaan. De gemeente investeert in de vervanging van bestaande assets, ontwikkelt nieuwe voorzieningen en begeleidt projecten van derden. De druk op middelen en capaciteit vraagt om prioritering en het maken van slimme keuzes.
Welke verbonden partijen zijn erbij betrokken?
Terug naar navigatie - Programma 3 Passend wonen in een groene omgeving - Welke verbonden partijen zijn erbij betrokken?Deze verbonden partijen dragen bij aan het bereiken van de maatschappelijke effecten van programma 3:
- Regio Gooi en Vechtstreek
- Omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek
- Coöperatie Gastvrije Randmeren U.A.
- Samenwerkingsovereenkomst maaien waterplanten IJmeer-Markermeer
- Stichting Goois Natuurreservaat
- GEM Crailo BV
Voor meer informatie verwijzen wij naar de paragraaf Verbonden partijen.
Wat mag het kosten?
Terug naar navigatie - Programma 3 Passend wonen in een groene omgeving - Wat mag het kosten?Passend wonen in een groene omgeving
Bedragen x € 1.000 |
Realisatie
2025 |
Begroting
2026 (na wijziging) |
Begroting
2027 |
Raming
2028 |
Raming
2029 |
Raming
2030 |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Lasten |
|||||||||
Wonen |
293 |
220 |
304 |
259 |
259 |
259 |
|||
Buitenruimte en leefomgeving |
35.622 |
40.886 |
37.437 |
37.443 |
37.447 |
37.447 |
|||
Duurzaamheid |
3.867 |
5.863 |
1.295 |
1.285 |
1.170 |
1.170 |
|||
Ruimtelijke ontwikkeling |
6.807 |
7.155 |
5.510 |
5.480 |
4.646 |
4.646 |
|||
Totaal lasten |
46.589 |
54.124 |
44.546 |
44.468 |
43.521 |
43.521 |
|||
Baten |
|||||||||
Wonen |
- |
12- |
12- |
12- |
12- |
12- |
|||
Buitenruimte en leefomgeving |
19.685- |
20.832- |
21.093- |
21.185- |
21.247- |
21.247- |
|||
Duurzaamheid |
2.372- |
1.911- |
- |
- |
- |
- |
|||
Ruimtelijke ontwikkeling |
3.031- |
6.303- |
3.697- |
3.697- |
4.895- |
3.495- |
|||
Totaal baten |
25.087- |
29.059- |
24.803- |
24.894- |
26.155- |
24.755- |
|||
Resultaat voor ebstemming |
21.501 |
25.066 |
19.743 |
19.573 |
17.366 |
18.766 |
|||
Toevoegingen reserves |
|||||||||
Buitenruimte en leefomgeving |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|||
Ruimtelijke ontwikkeling |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|||
Totaal toevoegingen reserves |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|||
Onttrekkingen reserves |
|||||||||
Buitenruimte en leefomgeving |
331- |
320- |
309- |
298- |
287- |
265- |
|||
Ruimtelijke ontwikkeling |
109- |
109- |
109- |
109- |
109- |
109- |
|||
Totaal onttrekkingen reserves |
440- |
429- |
418- |
407- |
396- |
374- |
|||
Saldo reserves |
440- |
429- |
418- |
407- |
396- |
374- |
|||
Resultaat na bestemming |
21.061 |
24.636 |
19.324 |
19.166 |
16.970 |
18.392 |
|||
Toelichting financiële verschillen
Terug naar navigatie - Programma 3 Passend wonen in een groene omgeving - Toelichting financiële verschillen| Toelichting verschillen begroting 2027 t.o.v. begroting 2026 | ||
| Onderdeel programma 3 |
Verschil (x € 1.000) |
V/N (V= voordeel, |
|
Algemeen Loon- en prijsontwikkeling Voor 2027 zijn de aannames voor de loon- en prijsontwikkeling uit de Perspectiefbrief 2027 verwerkt. Dit werkt door in alle deelprojecten en programma’s, maar dit wordt niet afzonderlijk in beeld gebracht. We volstaan in deze begroting, voor de leesbaarheid, met deze algemene toelichting. Dit betekent dat de verklaring/toelichting bij onderstaande verschillen per deelprogramma/thema niet altijd exact optelt tot het feitelijke financiële verschil tussen Begroting 2027 en 2026. |
||
|
Wonen Nadeel door extra middelen voor de nieuwe prestatieafspraken met woningcorporaties en hogere lasten voor de regiobegroting en het opstellen van het Volkshuisvestingsprogramma |
84 | N |
|
Duurzaamheid / Energietransitie De incidentele SPUK CDOKE Rijksmiddelen zijn tot en met 2026 geraamd. |
2.657 | V |
|
Buitenruimte en leefomgeving Lagere lasten in 2027 omdat in 2026 voor diverse onderhoudsprojecten (inclusief doorgeschoven werkzaamheden Huizerweg en de Brinklaan van 2025 naar 2026) incidenteel budget beschikbaar is gesteld. |
3.711 | V |
|
Ruimtelijke ontwikkeling Incidentele budgetten 2026 voor Muiden NW, Graustabiel, Naarderbos en Jan ter Gouw (tegenover deze laatste ook de verkoopopbrengst geraamd in 2026) |
961 | N |
| Totaal | 5.312 | V |
Investeringen
Bij de uitvoering van een aantal projecten is sprake van een gewijzigde planning ten opzichte van de begroting. Hierdoor verschuift een deel van de uitgaven naar volgende begrotingsjaren. De grootste invloed hierop komt voort uit de projecten Graaf Wichmanlaan, Van der Helstpark, Entree Muiden Zuidwest en Schootsvelden Zuidoost. Oorzaken zijn onder andere de benodigde afstemming met het warmtebedrijf, een aangepaste planning op verzoek van de aannemer en afhankelijkheid van de capaciteit bij de nutsvoorzieningen in verband met het verleggen van kabels en leidingen.
De nu opgenomen fasering (lees: met name uitgestelde planningen) is gebaseerd op de meest actuele projectplanningen. Zoals bij alle projecten blijft deze afhankelijk van externe factoren, zoals besluitvorming, afstemming met samenwerkingspartners, beschikbaarheid van nutsbedrijven en marktomstandigheden. Op basis van de huidige inzichten verwachten wij dat deze planning realistisch is.
De investeringen in 2027 en 2028 voor het verledden van de openbare verlichting (eerste Voortgangsverslag 2024) waren nog niet opgenomen, maar wel financieel vertaald in de begroting en worden nu alsnog opgevoerd.
Tenslotte is de vervanging van de veegmachine in 2027 noodzakelijk.
Indicatoren
Terug naar navigatie - Programma 3 Passend wonen in een groene omgeving - IndicatorenIndicatoren Wonen |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
nr. |
Omschrijving indicator |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 |
Streefwaarden |
Bron |
||
1. |
Aantal geclusterde woonvormen GM totaal |
- |
1.018 |
1.058 |
1.058 |
2026: 1.246
2028: 1.336
2040: 2.750 |
gegevens van woningcorporaties
gemeente Gooise Meren
gemeente Gooise Meren |
||
2. |
Aantal netto opgeleverde sociale huurwoningen van woningcorporaties (nieuwbouw – verkoop/liberalisatie) |
- |
- |
-23 |
27 |
2025 - 2028: 576 |
gegevens van woningcorporaties. De streefwaarde komt voort uit de prestatieafspraken |
||
3. |
Aantal opgeleverde middendure huurwoningen |
- |
- |
0 |
o |
2025 - 2030: 965 |
gemeente Gooise Meren, BAG-registratie |
||
Toelichting: |
|||||||||
1. |
Aantal geclusterde woningen in Gooise Meren van woningcorporaties in 2025. |
||||||||
2. |
Het aantal netto (nieuwbouw - sloop, verkoop of liberalisatie) opgeleverde sociale huurwoningen van corporaties ten opzichte van het voorgaande jaar. In 2025 zijn er 46 sociale huurwoningen bijgebouwd, - 19 woningen die zijn gesloopt, verkocht of geliberaliseerd. De streefwaarde is de totaal netto toevoeging ten opzichte van 31-12-2024, zoals opgenomen in de prestatieafspraken 2025-2028. |
||||||||
3. |
Het aantal opleveringen/toevoegingen is een benadering: hierbij geldt het voorbehoud dat na de BAG-registratie de verhuurprijs nog kan wijzigen. Dit is de streefwaarde zoals opgenomen in de Woonvisie 2025-2030, voor middendure huur- en koopwoningen samen. Er is daarin dus geen onderscheid gemaakt. |
||||||||
In 2024 en 2025 zijn er vooralsnog geen nieuwe middendure huurwoningen opgeleverd. Wel zijn er 3 nieuwe betaalbare koopwoningen opgeleverd. |
|||||||||
Indicatoren Duurzaamheid |
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
nr. |
Omschrijving indicator |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 |
Streefwaarde |
Bron |
|||
1. |
% woningen met geregistreerde zonnepanelen op het dak |
13,2% |
14,0% |
25,0% |
26,0% |
n.v.t. |
Klimaatmonitor Rijkswaterstaat |
|||
2. |
% circulaire inkoop (euro's) ten opzichte van totale inkoop door eigen organisatie |
goud |
zilver |
n.b. |
goud |
2025: goud
2028: platinum
2030: zo dicht mogelijk bij 100% |
Spend Analyse, contractregistratie, afd. Inkoop |
|||
3. |
CO2 Footprint eigen organisatie |
412,6 ton CO2 |
- |
658 ton CO2 |
690 ton CO2 |
2050: energieneutraal |
Milieubarometer |
|||
4. |
Groenindex |
0,499 |
0,557 |
0,539 |
0,536 |
minimaal 0,5 |
zie toelichting |
|||
Toelichting: |
||||||||||
1. |
Hiermee wordt aangegeven welk percentage van de woningen voorzien is van geregistreerde zonnepanelen. De cijfers worden jaarlijks geüpdatet via luchtscans op zonnedakje.nl. |
|||||||||
2. |
De meetmethodiek van de MRA is dusdanig opgezet dat gewerkt wordt met bandbreedtes: |
|||||||||
Zilver: tussen 20 en 49% wordt circulariteit meegenomen in inkoopopdrachten. |
||||||||||
Goud: tussen 50 en 79% wordt circulariteit meegenomen in inkoopopdrachten. |
||||||||||
De verrassende score in 2022 voor Circulair inkopen en opdrachtgeverschap was Goud (50-79% circulair). In 2023 is een score van Zilver behaald. Door meer in te zetten op het toepassen van de Milieukostenindicator (MKI) in aanbestedingen en bewustwording in de organisatie te creëren hebben wij voor het jaar 2025 weer het niveau Goud behaald.
Voor het jaar 2028 is het streven om de score Platinum te behalen. Dit houdt in dat minimaal 80% circulair moet zijn ingekocht. Op dit moment hebben wij met de score Goud een percentage van 54% behaald. 80% lijkt dus nog ver weg. Om toch de 80% circulair in 2028 te realiseren voert de gemeente een drempel in voor de organisatie. Vanaf 1-1-2026 is een (college)besluit nodig om af te wijken op dit aspect. |
||||||||||
3. |
De CO2 footprint geeft aan de hand van een aantal thema's inzicht in de CO2 uitstoot van de gemeentelijke organisatie. Doordat de milieubarometer in 2024 voor het eerst volledig is ingevuld komt de score in dat jaar een stuk hoger uit dan in 2022.
In 2025 is sprake van een stijging ten opzichte van 2024, met name veroorzaakt door scope 3 activiteiten (inkoop, mobiliteit van werknemers etc.). Gas en elektriciteitsverbruik zijn wel licht afgenomen. In 2050 moet de eigen organisatie energieneutraal zijn. |
|||||||||
4. |
Gebaseerd op satellietbeelden en afhankelijk van klimatologische omstandigheden. Bosperceel = 1.0; een versteende wijk zonder groen en tuinen = 0,0. |
|||||||||
De groenheid per wijk in de gemeente Gooise Meren laat in 2025 dezelfde patronen zien als in 2024 en voorgaande jaren. |
||||||||||
De gemiddelde groenheid in Gooise Meren in 2025 is vrijwel gelijk aan de waarde in 2024 (0,536 in 2025 versus 0,539 in 2024). De groenindex waarde van 2025 ligt hiermee in lijn met het langjarig gemiddelde van 0,530 tussen 2016 en 2025. |
||||||||||
Op wijkniveau zijn ook alle wijken in 2025 ongeveer even groen als in 2024, op Krijgsman na. De nieuwe wijk Krijgsman laat voor het vierde jaar op rij een stijging zien; hier krijgt het groenbeleid in de wijk duidelijk resultaat. |
||||||||||
Nemen we de voorlopige drempelwaarde van 0,5 (dit is ongeveer het gemiddelde van geheel Gooise Meren), dan zitten er 7 van de 20 bestaande wijken onder deze drempelwaarde; ongeveer gelijk aan 2024 toen er 6 wijken onder deze drempelwaarde lagen. Dit betreffen net als in 2024 de wijken Bussum Centrum, Keverdijk + Jac P.Thijssepark, Muiden Vesting, NaardenVesting. Deze wijken hebben qua inrichting en opzet weinig ruimte voor groen. Daarnaast de wijken bedrijvenpark Gooimeer met veel verharding en het Buitengebied Muiden Oost dat onderdeel uitmaakt van de schootsvelden Muiden; |
||||||||||
De groenste wijk is Bos van Bredius met een waarde 0,727 (2025) van en de minst groene wijk is Bedrijventerrein Goois Meer met een waarde van 0,212 (2025). De vergroening van onder meer de Vlietlaan heeft gezorgd voor een stijgende groenwaarde in het centrum van Bussum 0,358 in 2020 naar 0,387 in 2025. |
||||||||||
Kengetallen
Terug naar navigatie - Programma 3 Passend wonen in een groene omgeving - KengetallenKengetallen Duurzaamheid |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
nr. |
Omschrijving |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 |
Streefwaarde |
Bron |
|
1. |
Totaal elektriciteitsgebruik woningen (kWh) |
74,3 mln. kWh |
71,6 mln. kWh |
73,7 mln. kWh |
n.n.b. |
n.v.t. |
Klimaatmonitor Rijkswaterstaat |
|
2. |
Totaal aardgasverbruik woningen (m3) (temperatuur gecorrigeerd) |
37,3 mln. m3 |
31 mln. m3 |
27,3 mln. m3 |
n.n.b. |
2050 aardgasvrij |
Klimaatmonitor Rijkswaterstaat |
|
3. |
Opbrengst zonneprojecten Wattnu |
218.015 kWh |
384.498 kWh |
552.746 kWh |
1,2 GWh |
n.v.t. |
Wattnu |
|
4. |
Aantal duurzaamheidsleningen |
61 |
48 |
0 |
0 |
n.v.t. |
Afdeling M&O |
|
Toelichting: |
||||||||
1 |
Dit cijfer geeft het totaal elektriciteitsgebruik weer van alle woningen in de gemeente Gooise Meren. In werkelijkheid is het elektriciteitsverbruik hoger, omdat stroom geleverd door zonnepanelen op het dak niet zijn meegerekend. |
|||||||
2 |
Dit cijfer geeft het totaal aardgasgebruik weer van alle woningen in de gemeente Gooise Meren. In de cijfers is rekening gehouden met de invloed van temperatuurschommelingen. Het daadwerkelijke gasverbruik ligt dus hoger of lager, omdat in een jaar veel meer koude dagen heeft geteld. Of juist heel weinig aantal koude dagen telt. |
|||||||
3 |
Dit betreft de werkelijke opwekopbrengst van de coöperatieve daken van energiecoöperatie Wattnu. De toename is te danken aan het realiseren van zon-op-dak projecten en de ingebruikname van solar carport De Kuil. |
|||||||
4 |
Duurzaamheidsleningen worden verstrekt uit een revolverend fonds. Dit betekent dat een zekere mate van terugbetalingen moeten zijn gedaan voordat nieuwe leningen kunnen worden verstrekt. Om deze reden konden in 2024 en 2025 geen leningen worden verstrekt. Naar verwachting kunnen vanaf 2027 weer nieuwe leningen worden verstrekt. In 2026 wordt de regeling geëvalueerd.
Vanaf de start van de lening in 2020 zijn in totaal 188 leningen verstrekt |
|||||||