Hoofdlijnen
Vertrekpunt
Terug naar navigatie - - VertrekpuntVertrekpunt
Terug naar navigatie - Vertrekpunt - VertrekpuntVertrekpunt
De voorliggende begroting is, zoals aangekondigd bij de behandeling van de Perspectiefbrief 2027, beleidsarm opgesteld. Voor de doelen van de programmaonderdelen (‘Wat willen we bereiken’) is aangesloten bij de ambities uit het coalitieakkoord Met de blik vooruit.
De verdere uitwerking van het coalitieakkoord vindt plaats in het College Uitvoeringsprogramma (CUP), waarin het college prioriteiten stelt en keuzes maakt voor de komende bestuursperiode. De financiële situatie van de gemeente vraagt ook om scherpe keuzes. Niet alle ambities kunnen direct of in de gewenste omvang worden gerealiseerd. Het college werkt daarom in het CUP een samenhangend pakket van prioriteiten en activiteiten uit, waarbij ambities, opgaven en beschikbare middelen met elkaar in balans worden gebracht.
Vooruitlopend op het CUP en de te maken keuzes die daaruit voortkomen is ervoor gekozen in deze begroting terughoudend te zijn met nieuwe activiteiten. Uitgangspunt is de vastgestelde Begroting 2026, met de daarin al opgenomen en voorziene activiteiten voor het jaar 2027 (en verder) en de in de Begroting 2026 opgenomen maatregelenpakketten (zie bijlage 2 bij het raadsvoorstel) om tot een sluitende begroting te komen. Alleen aangevuld met activiteiten die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk zijn.
De maatregelenpakketten uit de Begroting 2026 bevatten vervelende maar noodzakelijke keuzes. Het uitvoeren van de maatregelen raakt aan de maatschappelijke effecten en ambities waar we op willen inzetten. We betrekken de uitwerking, implementatie, uitvoering en realisatie van de maatregelen bij de uitwerking van het CUP en de keuzes die daarbij gemaakt moeten worden, in relatie tot de doelen en ambities die in het coalitieakkoord zijn opgenomen en vanuit het besef dat er beperkte financiële ruimte is.
De reguliere werkzaamheden en activiteiten van de gemeente worden vanzelfsprekend voortgezet en dragen ook komend jaar bij aan het bereiken van de maatschappelijke doelen.
Wanneer het CUP is vastgesteld, wordt dit ter kennisgeving aan de raad voorgelegd. De financiële vertaling wordt via een begrotingswijziging aan de raad voorgelegd. Hiermee kan de raad invulling geven aan zijn budgetrecht en besluiten over de inzet van middelen om de ambities uit het coalitieakkoord te realiseren.
Financiën
Terug naar navigatie - - FinanciënFinanciën
Terug naar navigatie - Financiën - FinanciënInleiding
Dit jaar is sprake van een beleidsarme Begroting 2027. De coalitievorming na de gemeenteraadsverkiezingen maakte het onmogelijk om de ambities uit het coalitieakkoord in deze begroting al te vertalen in concrete maatregelen voor komend jaar. Parallel aan de totstandkoming van deze begroting worden die wel in het CUP uitgewerkt en als eerste begrotingswijziging aan de gemeenteraad voorgelegd. Elk programma zal daarom een minimum aan maatregelen bevatten.
De financiële tabellen zijn dus vooral gebaseerd op de Perspectiefbrief 2027 en enkele mutaties die bij de opbouw van de begroting naar voren zijn gekomen. Die zijn in onderstaande tabellen stapsgewijs zichtbaar gemaakt.
Financieel vertrekpunt Programmabegroting 2027-2030
Tabel 1: Vertrekpunt Begroting 2027-2030
bedragen in € x 1.000 |
Struct /
inc |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|---|---|---|---|---|---|
I |
957 N |
76 V |
1.222 N |
33 N |
|
S |
1.664 V |
238 V |
520 V |
1.421 V |
|
Saldo Perspectiefbrief 2027-2030 |
707 V |
314 V |
702 N |
1.388 V |
|
Financieel-technische mutaties |
687 V |
921 V |
363 V |
287 N |
|
Meicirculaire 2026 |
S |
1.144 V |
1.317 V |
1.299 V |
1.092 V |
Administratief technische aanpassingen |
S |
19 N |
71 V |
459 N |
878 N |
Regiobegroting 2027 |
S |
438 N |
468 N |
477 N |
501 N |
I |
957 N |
76 V |
1.222 N |
33 N |
|
S |
2.351 V |
1.159 V |
883 V |
1.134 V |
|
Vertrekpunt Begroting 2027-2030 |
1.394 V |
1.235 V |
339 N |
1.101 V |
De Perspectiefbrief 2027, uitgangspunt voor deze begroting, bevatte naast een enkele uitbreiding van activiteiten met name aannames over de loon- en prijsontwikkeling en de uitkering van het gemeentefonds.
In deze begroting zijn die aannames concreet verwerkt in de budgetten, wat heeft geleid tot kleine (positieve en negatieve) bijstellingen. Ook wordt rekening gehouden met een nadelige ontwikkeling van de rentelasten. Door een stijgende rente ten opzichte van onze huidige leningenportefeuille wordt de financiering van de investeringen duurder.
De inmiddels vastgestelde Begroting 2027 van de Regio Gooi en Vechtstreek valt nadeliger uit dan op voorhand ingeschat.
Heroverweging en ontwikkelingen Begroting 2027-2030
Tabel 2: Ontwikkelingen Begroting 2027-2030
bedragen in € x 1.000 |
Struct /
inc |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|---|---|---|---|---|---|
I |
957 N |
76 V |
1.222 N |
33 N |
|
S |
2.351 V |
1.159 V |
883 V |
1.134 V |
|
Vertrekpunt Begroting 2027-2030 |
1.394 V |
1.235 V |
339 N |
1.101 V |
|
Ontwikkelingen |
4.238 N |
3.515 N |
2.195 N |
2.195 N |
|
Heroverwegingen |
|||||
Maatregelenmonitor (nog niet gerealiseerde ombuigingen) |
I |
310 N |
15 N |
15 N |
15 N |
Maatregelenmonitor (nog niet gerealiseerde ombuigingen) |
S |
268 N |
222 N |
222 N |
222 N |
Nieuwe ontwikkelingen |
|||||
2e Voortgangsverslag 2026-2; structurele doorwerking |
I |
322 N |
|||
2e Voortgangsverslag 2026-2; structurele doorwerking |
S |
3.180 N |
3.180 N |
1.860 N |
1.860 N |
ISK tijdelijke huisvesting (aanvulling) |
S |
25 N |
25 N |
25 N |
25 N |
Opstellen Volkshuisvestingsprogramma |
I |
16 N |
|||
Nieuwe prestatieafspraken woningcorporaties e.a. |
I |
30 N |
|||
Woonwagenstandplaatsbeleid |
I |
||||
Capaciteit Sociale Recherche op peil houden voor basistaken |
S |
11 N |
11 N |
11 N |
11 N |
Controles bij jeugdzorginstellingen verrichten |
S |
67 N |
67 N |
67 N |
67 N |
I |
1.634 N |
61 V |
1.237 N |
48 N |
|
S |
1.199 N |
2.345 N |
1.302 N |
1.051 N |
|
Begroting 2027-2030, incl. ontwikkelingen |
2.833 N |
2.284 N |
2.539 N |
1.099 N |
Heroverwegingen
In Begroting 2026 is een sluitende meerjarenbegroting gepresenteerd, met name door de genomen maatregelen. Bij de uitwerking daarvan blijkt dat een enkele maatregel niet of niet direct kan worden gerealiseerd. Zo waren de begrotingen 2027 van de Verbonden Partijen (Regio Gooi en Vechtstreek en Veiligheidsregio) al vastgesteld. We gaan ervan uit dat deze wel gerealiseerd kunnen worden vanaf 2028.
Voor de Energietransitie is bij de Perspectiefnota 2026 de aanvraag van 3 fte formatie structureel te dekken vanuit eigen middelen opgevoerd voor de uitvoering van ons beleid en de doelen voor 2030 en 2050. In aanloop naar de begroting is door het college, gelet op de financiële opgave, besloten om deze formatie voorlopig tijdelijk te blijven bekostigen uit de incidentele CDOKE-middelen en dus niet meer aan te vragen bij de begroting. Daarmee is financieel deze 3 fte als bezuinigingsmaatregel ingeboekt. Bij de ambtelijke uitwerking van één van de pakketten aan bezuinigingsmaatregelen in de Begroting 2026 is eveneens 2 fte als bezuinigingsmaatregel afgeboekt op de energietransitie in afwachting van structurele CDOKE-middelen. Feitelijk zijn daarmee dezelfde fte’s tweemaal financieel ingeboekt. Dit is verwerkt in de vastgestelde Begroting 2026, maar de bezuiniging van deze laatste 2 fte kan dus feitelijk niet geëffectueerd worden.
Ontwikkelingen
Binnen deze beleidsarme begroting zijn alleen nieuwe ontwikkelingen opgenomen die voldoen aan de 3O’s, onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar.
De structurele effecten van het tweede Voortgangsverslag 2026 leveren zowel een incidenteel als structureel nadeel op. Dit alles leidt tot nadelige begrotingssaldi. Voor de onderliggende details verwijzen we u naar betreffend document.
Overeenkomstig de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting moeten gemeenten voor 1 juli 2027 een Volkshuisvestingsprogramma hebben. Daarmee vervallen de Woonvisie 2025-2030 en de Woonzorgvisie 2023; de uitvoering hiervan landt in het Volkshuisvestingsprogramma.
We bereiden ons in 2027 voor op het sluiten van een nieuwe set prestatieafspraken met zowel woningcorporaties en huurderbelangenverenigingen. Hier betrekken we ook de zorgorganisaties bij.
Wegens een exponentiële stijging van verplichte compliance taken bij het team Sociale Recherche is er minder tijd voor het uitvoeren van de basistaken.
Er is vanaf 2027 structureel 0,7 fte (24 uur p/w) nodig in het team Handhaving voor het controleren van locaties van geïndiceerde jeugdzorg. De aanleiding van de uitbreiding wordt gevormd door de gemeentelijke zorgplicht, de (regionale) bestuurlijke wens tot aanpakken van zorgcriminaliteit en de ervaringen van de gemeente Hilversum.
Financieel beeld Begroting 2027-2030, inclusief dekkingsvoorstellen
Tabel 3: Begroting 2027-2030, incl. incidentele dekking
bedragen in € x 1.000 |
Struct /
inc |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|---|---|---|---|---|---|
I |
1.634 N |
61 V |
1.237 N |
48 N |
|
S |
1.199 N |
2.345 N |
1.302 N |
1.051 N |
|
Begroting 2027-2030, incl. ontwikkelingen |
2.833 N |
2.284 N |
2.539 N |
1.099 N |
|
Dekking |
3.130 V |
1.480 V |
2.730 V |
1.580 V |
|
Onttrekking aan Algemene Reserve incidenteel tekort |
I |
1.650 V |
1.250 V |
100 V |
|
Onderuitputting kapitaallasten |
S |
500 V |
500 V |
500 V |
500 V |
Begrotingsscan |
S |
250 V |
250 V |
250 V |
250 V |
Kerntakendiscussie |
S |
300 V |
300 V |
300 V |
300 V |
Prijsindexatie materiële budgetten voor 80% toekennen |
S |
430 V |
430 V |
430 V |
430 V |
I |
16 V |
61 V |
13 V |
52 V |
|
S |
281 V |
865 N |
178 V |
429 V |
|
Begroting 2027-2030, incl. incidentele dekking |
297 V |
804 N |
191 V |
481 V |
Onttrekking aan Algemene Reserve incidentele tekorten
Bij het opstellen van de begroting wordt verondersteld dat de incidenteel nadelige saldi gecompenseerd kunnen worden door incidentele onttrekkingen aan de Algemene Reserve in 2027, 2029 en 2030.
Om de begroting sluitend te houden zijn onderstaande aanvullende maatregelen en taakstellingen noodzakelijk. Deze moeten uiterlijk bij het eerste Voortgangsverslag 2027 concreet zijn ingevuld.
Onderuitputting kapitaallasten
In 2023, 2024 en 2025 is sprake van een onderuitputting op kapitaallasten van ruim € 1 miljoen. Ook voor 2026 lijkt dit een substantieel voordeel te worden. Dit komt doordat de lopende en voorgenomen investeringen later worden gerealiseerd. Dit fenomeen is bekend (zie ook het Rekenkameronderzoek) en door ons ingeschat op een realisatie van ongeveer 65%. De regelgeving inzake het opnemen van een stelpost voor onderuitputting kapitaallasten is versoepeld, mits we dit kunnen aantonen. Gelet op de cijfers vanaf 2023 voldoen we daar, naar onze mening, aan.
Er moeten bij de volgende begroting fundamentele keuzes worden gemaakt om te komen tot een volledig realistische raming van investeringen zodat de kapitaallasten direct op het juiste niveau in onze begroting staan.
Begrotingsscan
De afgelopen jaren is uit begrotingsscans gebleken dat er soms budgetten zijn die niet (volledig) zijn uitgegeven. Hoewel dit al enkele jaren is meegenomen in onze begrotingen en het effect terugloopt kan hier wellicht, in relatie met de uitwerking CUP, nog een voordeel gevonden worden.
Kerntakendiscussie
In samenhang met de uitwerking van het coalitieakkoord zal ook kritisch gekeken worden naar het afschalen of volledig stopzetten van bepaalde activiteiten, die niet wettelijk verplicht zijn, niet noodzakelijkerwijs bijdragen aan de maatschappelijke doelen, of qua werkwijze anders kunnen worden ingericht.
Prijsindexatie materiële budgetten voor 80% toekennen
In de Begroting zijn alle materiële uitgavenbudgetten verhoogd met de in de Perspectiefbrief 2027 genoemde prijsindex van 2,7%. Voorgesteld wordt om hiervan slechts 80% feitelijk toe te kennen, waarbij de subsidies en onderhoudsvoorzieningen buiten schot blijven. Dit vraagt scherpe keuzes en discipline om binnen deze bijgestelde budgetten te blijven.
Tabel 4: Structureel begrotingssaldo 2027-2030
bedragen in € x 1.000 |
Struct /
inc |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Begroting 2027-2030, incl. incidentele dekking |
297 V |
804 N |
191 V |
481 V |
|
Waarvan incidenteel |
I |
16 V |
61 V |
13 V |
52 V |
Structureel begrotingssaldo 2027-2030 |
S |
281 V |
865 N |
178 V |
429 V |
Uiteindelijk resulteren de dekkingsvoorstellen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting, voorwaarde om de goedkeuring (repressief toezicht) van de Provincie Noord-Holland te behouden.
Financiële positie
Een financieel gezonde gemeente wordt niet alleen bepaald door het begrotingssaldo. Naast financiële resultaten is het ook van belang om te kijken naar ons weerstandsvermogen en financiële kengetallen. Voor deze laatste baseren we ons op de door de raad vastgestelde nota beoordeling kengetallen, waarin de uitgangspunten zijn geformuleerd. Voor de bijbehorende tabellen verwijzen we uw raad naar de paragraaf Weerstandsvermogen.
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen bepaalt of we als gemeente in staat zijn om incidentele dan wel structurele risico’s binnen onze begroting op te vangen.
De ratio van Gooise Meren (3,2 in 2027) valt voor zowel incidenteel (3,1) als structureel (3,4) in klasse A (>2,0). Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. De positieve ratio’s komen door de begrotingstekorten vanaf 2028 wel enigszins onder druk te staan.
Kengetallen
De nota beoordeling kengetallen geeft aan hoe de afzonderlijke financiële kengetallen in samenhang gebracht en beoordeeld kunnen worden middels een rapportcijfer met een streefwaarde (7,0) en een minimumwaarde (6,0). Voor alle jaren (m.u.v. 2028) zien we een rapportcijfer van 5,9. Dit is net voldoende met name te relateren aan de prognose van het investeringsvolume en een steeds lagere Algemene Reserve door dekking incidentele begrotingstekorten (voor 2028 ook door het negatief exploitatieresultaat). Dit vertaalt zich onder andere in een hogere schuldquote en een lagere solvabiliteit.
Maatregelen
Als gezegd moeten we steeds de juiste balans weten te vinden tussen ambities en beschikbare middelen. Hierbij moeten naast de financiële aspecten ook de effecten van keuzes op deze kengetallen worden meegewogen.
Leeswijzer
Terug naar navigatie - - LeeswijzerLeeswijzer
Terug naar navigatie - Leeswijzer - LeeswijzerMaatschappelijke effecten en beleidsnota’s
Ieder programma begint met de maatschappelijke effecten waar het programma zich op richt, gevolgd door een lijst met beleidsnota's. Hiermee is een verbinding gelegd tussen het door de raad vastgestelde beleid en de gewenste maatschappelijke effecten per programma.
Vier W-vragen
In de programma’s vindt u antwoord op de zogenaamde drie W-vragen. Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? En wat mag het kosten? Met behulp van verbinding tussen doelen en activiteiten is een en ander inzichtelijk gemaakt. Onder een vierde W-vraag ‘Welke verbonden partijen zijn erbij betrokken?’ is aangegeven welke verbonden partijen bijdragen aan het bereiken van de maatschappelijke effecten van het programma. Informatie over de verbonden partijen is opgenomen in de paragraaf Verbonden Partijen.
Verplichte indicatoren en eigen indicatoren
Met de raad is afgesproken om in de begroting zoveel mogelijk programma’s te voorzien van eigen indicatoren, die informatie geven over de effectiviteit van het beleid en daarmee sturingsmogelijkheden geven. De vanuit de regelgeving verplichte indicatoren per programma, die over het algemeen onvoldoende zeggen over de effectiviteit van het beleid, zijn opgenomen in bijlage 3.
Financiële toelichting per programma
Aan het einde van elk programma vindt u een tabel met de toelichting op de belangrijkste financiële verschillen tussen de Programmabegroting 2027 en 2026, zoals wettelijk vastgelegd in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De toelichting op deze verschillen kan ook betrekking hebben op (incidentele) uitgaven en inkomsten in 2026 die in 2027 niet meer voorkomen. Deze worden wel gemeld maar niet uitgebreid toegelicht.
Financiële begroting
Na programma 6 wordt de financiële begroting gepresenteerd, waaronder de financiële recapitulatie, het overzicht van incidentele baten en lasten inclusief het structurele begrotingssaldo, de financiële positie en de balansontwikkeling, waaronder het overzicht met het EMU-saldo en de staat van Reserves en Voorzieningen. Deze laatste bevat belangrijke input voor de paragraaf Weerstandsvermogen.
Paragrafen
De paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de begroting, bezien vanuit een specifieke invalshoek. U vindt hier de informatie over lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen, grondbeleid en openbaarheid.
Meerjareninvesteringsplan
In bijlage 1 in de begroting is het meerjareninvesteringsplan opgenomen. Voor enkele investeringen wordt direct bij vaststelling van deze begroting goedkeuring door de raad gevraagd. Deze investeringen staan in de losse bijlage 3 bij de begroting.
De bovengrens voor investeringen ligt, conform de financiële verordening, bij € 250.000. Voor investeringen in de bedrijfsvoering (tractie en automatisering) alsmede voorbereidingskredieten ligt die grens bij € 500.000. Bij de besluitvorming over de Begroting 2027-2030 stellen wij voor om deze grenzen te verhogen tot € 300.000, respectievelijk € 600.000, in afwijking van de Financiële Verordening 2025. Voor investeringen boven de grenzen worden separate raadsvoorstellen aan uw raad ter goedkeuring voorgelegd.
Taakvelden, verplichte indicatoren en afkortingen/begrippen
De verplichte taakvelden, die de BBV-regeling voorschrijft om de vergelijkbaarheid tussen gemeenten onderling te versterken, zijn in bijlage 2 opgenomen.
Voor de verplichte indicatoren verwijzen we naar bijlage 3. De bron voor de indicatoren en een korte beschrijving zijn toegevoegd.
Nieuw is een lijst met afkortingen/begrippen die in de begroting voorkomen. Deze lijst is als laatste bijlage toegevoegd.
Technische uitgangspunten bij Programmabegroting 2027-2030
1. De raming van de uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2026. De cijfers zijn gebaseerd op constante prijzen.
2. Voor het jaar 2027 is, zoals opgenomen in de Perspectiefbrief 2027, uitgegaan van onderstaande verwachte indexaties, incl. nacalculatie 2026:
- een loonstijging van 4,2%, inclusief sociale lasten;
- voor goederen en diensten een inflatie van 2,7%;
- voor subsidies met een mengpercentage (verhouding loon/prijs 2:1): 3,7%;
- voor de onderhoudsvoorzieningen en investeringen een bouwkosteninflatie van 3,4%;
- inflatie van de tarieven en belastingen van 2,7%.
Voor de jaren na 2027 zijn alle baten en lasten (incl. loon en prijzen) gebaseerd op het basisjaar 2027 en is geen meerjarige indexatie verwerkt.
3. Een interne rekenrente van 2%.