Bijlage 4 Begrippen en afkortingen
Excel-tabel
Bijlage 4 Begrippen en afkortingen |
|
|---|---|
Begrip / afkorting |
Betekenis |
Algemene reserve |
Vrij besteedbare financiële buffer van de gemeente. |
Algemene uitkering |
Uitkering van het Rijk uit het Gemeentefonds die vrij besteedbaar is. |
AZWA |
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Landelijke afspraken over zorg, welzijn en gezondheid. |
Balans |
Overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen. |
Baten |
Inkomsten van de gemeente. |
BBV |
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Wettelijke regels voor de inrichting van begrotingen en jaarrekeningen. |
Belastingcapaciteit |
Mate waarin ruimte aanwezig is om gemeentelijke belastingen te verhogen. |
Begroting |
Overzicht van beleidsvoornemens, inkomsten en uitgaven. |
Begrotingssaldo |
Het verschil tussen alle baten en lasten in een begrotingsjaar. |
Begrotingstekort |
Situatie waarin de lasten hoger zijn dan de baten. |
Begrotingswijziging |
Aanpassing van de begroting gedurende het jaar. |
Beheersmaatregel |
Maatregel om risico’s te beperken |
Bestemmingsreserve |
Reserve die door de raad voor een specifiek doel is bestemd. |
CDOKE |
Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid. Met deze middelen kunnen gemeenten personeel, onderzoek en uitvoering financieren voor de energietransitie en klimaatdoelen. |
CUP |
College Uitvoeringsprogramma. Uitwerking van het coalitieakkoord door het college. |
Doelmatig |
Met zo min mogelijk middelen een resultaat bereiken. |
Doeltreffend |
De mate waarin een doel wordt bereikt. |
Eigen vermogen |
Verschil tussen bezittingen en schulden. |
EMU |
Economische en Monetaire Unie. |
EMU-saldo |
Financieel saldo van de gemeente volgens Europese normen. Het EMU-saldo wordt gebruikt om te monitoren of Nederland voldoet aan Europese afspraken. |
Exploitatie |
Het geheel van de jaarlijkse baten en lasten van de gemeente. |
Financiële kengetallen |
Indicatoren die inzicht geven in de financiële positie van de gemeente. |
Financiële positie |
Overzicht van de financiële gezondheid van de gemeente. |
GALA |
Gezond en Actief Leven Akkoord. Landelijke afspraken om gezondheid en preventie te versterken. |
Gemeenschappelijke regeling |
Samenwerkingsverband tussen overheden. |
Gemeentefonds |
Fonds waaruit gemeenten algemene uitkeringen ontvangen. |
Grondexploitatie |
Financiële administratie van gebiedsontwikkeling en grondprojecten. |
IHP |
Integraal Huisvestingsplan voor onderwijshuisvesting. |
Incidenteel |
Eenmalig of tijdelijk. De inkomsten of uitgaven komen niet elk jaar terug. |
Investering |
Uitgave voor een bezit met een gebruiksduur van meerdere jaren. |
Kapitaalgoederen |
Bezittingen zoals wegen, riolering, groen en gebouwen die nodig zijn voor gemeentelijke dienstverlening. |
Kapitaallasten |
Afschrijvingen en rentelasten van investeringen. |
Kasgeldlimiet |
Wettelijke grens voor het bedrag dat een gemeente met kortlopende leningen mag financieren. Deze norm beperkt het risico van rentestijgingen op korte termijn. |
Kengetallen |
Financiële indicatoren die inzicht geven in de financiële positie van de gemeente, zoals schuldquote, solvabiliteit en belastingcapaciteit. |
Lasten |
Kosten van de gemeente. |
Lokale heffingen |
Belastingen en heffingen die de gemeente oplegt. |
Netto schuldquote |
Financieel kengetal dat laat zien hoe hoog de schuld van de gemeente is ten opzichte van haar inkomsten. |
Overhead |
Algemene ondersteunende kosten, zoals ICT, huisvesting, personeel en financiën. |
OZB |
Onroerendezaakbelasting. Belasting die eigenaren en gebruikers van onroerend goed betalen. |
Renterisiconorm |
Wettelijke norm uit de Wet Fido die bepaalt hoeveel leningen van een gemeente jaarlijks rentegevoelig mogen zijn. De norm is bedoeld om te voorkomen dat een gemeente te veel risico loopt bij rentestijgingen. |
RES |
Regionale Energiestrategie. Regionale afspraken over duurzame energie en energietransitie. |
Reserve |
Onderdeel van het eigen vermogen voor toekomstige doelen of risico’s. |
Rioolheffing |
Heffing voor aanleg, beheer en onderhoud van het riool. |
Risico |
Onzekere gebeurtenis met mogelijke financiële gevolgen. |
Risicobeheersing |
Het identificeren, beoordelen en beperken van risico’s. |
Schatkistbankieren |
Wettelijke verplichting voor gemeenten om overtollige geldmiddelen aan te houden bij het Rijk. |
Solvabiliteitsratio |
Kengetal dat aangeeft in hoeverre de gemeente aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. |
SPUK |
Specifieke uitkering van het Rijk voor een vooraf vastgesteld doel. |
Structureel begrotingssaldo |
Het verschil tussen jaarlijks terugkerende baten en lasten. |
Structurele exploitatieruimte |
Geeft aan hoeveel structurele ruimte de gemeente heeft om lasten uit structurele baten te betalen. |
Taakveld |
Landelijk voorgeschreven indeling van gemeentelijke activiteiten. |
Verbonden partij |
Organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. |
VNG |
Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Belangenvereniging van Nederlandse gemeenten. |
Voorziening |
Bedrag dat de gemeente reserveert voor toekomstige verplichtingen of risico’s die naar verwachting zullen ontstaan, maar waarvan de omvang of het tijdstip nog niet precies bekend is. |
Vreemd vermogen |
Geld dat de gemeente heeft geleend. |
Weerstandsvermogen |
Vermogen van de gemeente om financiële risico’s en tegenvallers op te vangen. |
Wet Fido |
Wet financiering decentrale overheden. Bevat regels voor het aantrekken en beheren van leningen en financiële middelen. |
Wmo |
Wet maatschappelijke ondersteuning. Wet die gemeenten verantwoordelijk maakt voor ondersteuning van inwoners. |
Woo |
Wet open overheid. Wet die de openbaarmaking van overheidsinformatie en het recht op toegang tot die informatie regelt. |
WOZ-waarde |
Door de gemeente vastgestelde waarde van een woning of ander onroerend goed. |