2. Financieel Beeld

Inhoud

2.1 Uitgangspunt Begroting 2021-2024

2.1 Uitgangspunt begroting 2021-2024

Het vertrekpunt bestaat uit de Programmabegroting 2021-2024 en de doorwerking van besluitvorming na die begroting, te weten het tweede Voortgangsverslag 2020 en de september- en decembercirculaire 2020.

 

Tabel I: Begroting 2022-2025 2022 2023 2024 2025
Saldo Begroting 2021 - 2024 (PB21) N 144 V 357 V 473 V 473
Nog in te vullen taakstellingen PB21
Algemene taakstelling PB21 N 600 N 600 N 600 N 600
Restant nog niet ingevulde Begrotingsscan PB21 N 120 N 300 N 120 N 120
Doorwerking besluitvorming na PB21
Structureel effect 2e Voortgangsverslag 2020 N 687 N 638 N 638 N 638
Structureel effect september circulaire 2020 N 332 N 183 V 16 V 767
Voortgangsverslag 2021-1 N 128 N 135 V 29 V 29
Nominale ontwikkelingen en algemene uitkering N 76 N 80 N 79 N 100
Saldo Begroting 2022 - 2025 N 2.087 N 1.579 N 919 N 188

In de begroting was reeds een taakstelling opgenomen gelet op het financieel beeld. Daarnaast was in de vorige perspectiefnota een bedrag ingeboekt voor de jaarlijkse terugkerende begrotingsscan. Deze is meerjarig echter nog niet helemaal ingevuld.

Tegelijkertijd met deze perspectiefnota ligt ook het eerste Voortgangsverslag 2021 voor ter besluitvorming. De structurele effecten zijn verwerkt in deze perspectiefnota, vooruitlopend op de vaststelling door uw raad.

2.1.1 Nominale ontwikkelingen en algemene uitkering

Conform de in de Perspectiefnota 2021-2024 voorgestelde systematiek gaan wij voor de prijs- en loonontwikkeling uit van de cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB (publicatie maart 2021). Dit betreft de cijfers die ook als uitgangspunt dienen voor de meicirculaire 2021.

Prijsontwikkeling
Indexatie op basis van prijsindex voor de materiële overheidsconsumptie (IMOC) uit het CEP bedraagt 1,4% voor 2022. Daar wordt 0,3% aan toegevoegd vanuit een nacalculatie over 2021. Deze indexatie van 1,7% wordt toegepast op alle materiële budgetten alsook op de onderhoudsvoorzieningen, de huuropbrengsten, leges en (belasting)tarieven. Voor de subsidieontvangers, waarbij sprake is van een groot aandeel personele kosten, zal een gewogen gemiddeld van loon- en prijsstijging van 2,2% worden toegepast. Voor de jaren na 2022 wordt geen rekening gehouden met een meerjarige ontwikkeling.

Loonontwikkeling
Voor 2022 zelf is er nog geen cao, maar hanteren we de loonvoet sector overheid van 1,5% uit het CEP van CPB (publicatie maart 2021). Deze wordt gecorrigeerd met een nacalculatie over 2021 van -1,1%. De sociale lasten zullen in 2022 naar verwachting met 2% stijgen. Het totaal effect bedraagt dan 2,4%. Voor de jaren na 2022 wordt geen rekening gehouden met een meerjarige ontwikkeling.

Algemene uitkering
De uitkomst van de meicirculaire 2021 is op dit moment nog niet bekend. Technisch uitgangspunt is dat we in onze begroting uiteindelijk de procentuele loon- en prijsstijging opnemen, die ook in de Algemene Uitkering wordt toegepast. Op basis van de hierboven genoemde indexcijfers schatten we in dat sprake zal zijn van 2% compensatie voor loon- en prijsstijgingen.

2.2 Voorstellen Perspectiefnota

2.2 Voorstellen Perspectiefnota

Bij de voorbereiding van de Perspectiefnota zijn diverse voorstellen aangeleverd die vallen onder de categorie 3O’s (onvermijdelijk, onvoorzienbaar en onuitstelbaar). Als deze allen worden overgenomen dan leidt dat tot volgend financieel beeld.

Tabel II: Voorstellen Perspectiefnota 2022-2025 2022 2023 2024 2025
Aanvragen 3 O's N 1.626 N 1.269 N 1.209 N 1.209
Beheerplannen - scenario 1A N 489 N 534 N 534 N 534
Sociaal Domein WMO eigen bijdrage *) N 560 N 560 N 560 N 560
ICT Veiligheid *) N 142 N 115 N 115 N 115
Omgevingswet *) N 235 N 60 V 0 V 0
Energietransitie *) N 200 V 0 V 0 V 0
Saldo na voorstellen Perspectiefnota 2022-2025 N 3.713 N 2.848 N 2.128 N 1.397

* In aanloop naar de Programmabegroting wordt de absolute hoogte van deze bedragen nog geverifieerd.

Beheerplannen

In de tweede helft van 2020 is gestart met de actualisatie van de beheerplannen voor alle kapitaalgoederen, waarbij onder meer een langere doorlooptijd wordt gehanteerd, nieuwe regelgeving is verwerkt en politiek-bestuurlijke ambities zijn geïncorporeerd. Zoals al werd verwacht, zijn door de actualisatie structureel hogere budgetten noodzakelijk. Om de kosten beheersbaar te houden, zijn er verschillende scenario’s uitgewerkt. Op een later moment vindt besluitvorming door het college plaats over de beheerplannen. In de Perspectiefnota is rekening gehouden met scenario 1 A. Dit scenario zit tussen het ‘wettelijk minimum’ (scenario 1) en het ‘huidige beleid’ (scenario 2) in. Met dit scenario (1A) voeren we het beheer en onderhoud sober en doelmatig uit, maar doen we wel recht aan de ambities rondom weerbaarheid en duurzaamheid. Conform de voorschriften Besluit begroting en verantwoording (BBV) zullen de geactualiseerde beheerplannen aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd.

Sociaal Domein

Vanaf 2019 stijgen de uitgaven voor (jeugd)hulp en maatschappelijke ondersteuning van Gooise Meren, net als in alle andere gemeenten, gestaag. Oorzaken zijn een veranderende samenleving, Rijksbeleid, de beweging naar meer zorg aan huis en de toenemende vraag naar gemeentelijke (jeugd)hulp en ondersteuning die laagdrempelig en dichtbij inwoners is georganiseerd. Naast andere aanpassingen van het rijksbeleid zijn bijvoorbeeld demografische ontwikkelingen ook van invloed op de zorguitgaven. De groei in zorguitgaven is structureel en op dit moment is nog niet duidelijk of het Rijk de gemeenten hiervoor gaat compenseren. Daarnaast nemen de inkomsten uit eigen bijdragen af in verband met het vaste lage abonnementstarief. Het abonnementstarief betekent 1 tarief per huishouden voor alle voorzieningen en laat met name een aanzuigende werking zien voor huishoudelijke hulp. Doordat de eigen bijdrage niet meer inkomensafhankelijk is, betekent dit dat de geraamde inkomsten voor de eigen bijdrage Wmo aanzienlijk lager zijn dan structureel in de begroting zijn opgenomen.

De samenwerkende gemeenten in de Regio Gooi en Vechtstreek hebben met elkaar een verkenning uitgevoerd naar maatregelen die tot kostenbeheersing en kostenbesparing in het sociaal domein kunnen leiden. Welke beheersmaatregelen regionaal uitgevoerd gaan worden en wat dit financieel betekent, is op dit moment nog niet bekend. Vooralsnog stellen we voor structureel extra budget op te nemen om de stijgende uitgaven enigszins te kunnen betalen.

ICT Veiligheid/cyber criminaliteit

In het 'Dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten 2021/2022' concludeert de InformatieBeveiligingsDienst Gemeenten dat beveiliging van informatie onvoldoende op de (politieke) agenda’s staat en het inzicht in risico’s onvoldoende integraal is. Gelijktijdig is het risico op schade door een cyberaanval de afgelopen jaren toegenomen. Het is noodzakelijk om aanvullende beveiligingsmaatregelen te nemen om de cyberrisico's te verminderen en aan de beveiligingsnormen (AVG, BIO) te voldoen, zoals het permanent monitoren en verbeteren van de veiligheid van onze geautomatiseerde en analoge informatieverwerking en het continu beoordelen en bijsturen van de beveiligingsmaatregelen zelf.

Omgevingswet

Naar verwachting treden de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen per 1 januari 2022 in werking. Deze wetten hebben o.a. tot doel de huidige procedures sneller en transparanter te maken (Omgevingswet) en de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen). Voor de implementatie van de Omgevingswet is tot 2029 tijd om te komen tot een lokaal Omgevingsplan.

Om de implementatie van beide wetten goed in te regelen, maken we in 2022 en 2023 extra kosten. De kosten kunnen onderverdeeld worden in:

1. Er zijn aanvullende middelen nodig om de implementatie van de Omgevingswet goed voor te bereiden, want de winkel blijft gewoon open. De voorbereiding en implementatie grijpen fors in op grote delen van de organisatie, met name om de wettelijke eisen die de  Omgevingswet stelt uit te gaan voeren. We verwachten hiervoor tijdelijk nog extra menskracht nodig te hebben: € 150.000 (2022)

2. Voor de verdere inrichting van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Denk aan een nieuw softwarepakket, maar ook aan trainingen voor medewerkers om goed te kunnen werken met het DSO € 45.000 (2022)

3. Voor het doorlopen van een MER procedure. Dit is een verplichting die hoort bij het opstellen van het Omgevingsplan € 40.000 (2022).

4. Voor het op- en bijstellen van het Omgevingsplan. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het bundelen van alle verordeningen met effect op de fysieke leefomgeving € 60.000 (2023).

Energietransitie

Het Rijk legt de regie van de energietransitie voor de gebouwde omgeving bij gemeenten. Het doel is dat alle wijken in 2050 aardgasvrij zijn. Dit betekent dat wij voor Gooise Meren de verantwoordelijkheid en bevoegdheid krijgen om besluiten te nemen over de lokale energievoorziening. Dit betreft het opstellen van de Regionale Energiestrategie (RES) (zoekgebieden voor het opwekken van zon- en windenergie). Het gerealiseerd krijgen van zonnepanelen langs infrastructuur, op grote daken en parkeerplaatsen. Het opstellen en uitvoeren van de Transitievisie Warmte in samenwerking met de andere gemeenten in de regio. Het ondersteunen van inwonersinitiatieven waarmee de energietransitie wordt gerealiseerd. De realisatie van een warmtenet op basis van aquathermie in Muiderberg is daarvan een actueel voorbeeld van.

Per 1 januari 2022 eindigt de incidentele financiering van de activiteiten die we als gemeente binnen dit programma uitvoeren. Dat heeft gevolgen voor de uitvoering van de energietransitie. Om deze activiteiten ook in 2022 uit te kunnen blijven voeren zijn middelen nodig. De verwachting is dat het Rijk (structurele) middelen aan gemeenten zal toekennen om deze nieuwe taak uit te kunnen (blijven) voeren. Omdat hier op dit moment nog geen duidelijkheid over is, wordt een incidenteel budget gevraagd van € 200.000 in 2022. Dit bedrag zal worden ingezet voor het inhuren van capaciteit en voor onderzoek.

2.3 Duurzame balans in de begroting

2.3 Duurzame balans in de begroting

Met het proces ‘Duurzame balans in de begroting’ zijn veel voorstellen opgehaald. Uit de opbrengst komen voorstellen die zonder impact uitgevoerd kunnen worden, maar ook voorstellen die meer impact hebben voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en/of de gemeentelijke organisatie. Om al deze voorstellen beter te duiden, hebben we een aantal principes geformuleerd. Deze richtinggevende principes vinden hun grondslag in de missie en visie van Gooise Meren.

De richtinggevende principes zijn:
1. We zijn kritisch op onze rol en taken: heroverwegen ambities/beleid
2. We voeren geen taken uit waar anderen dat beter kunnen: samenwerken/ uitbesteden (verbonden partijen)
3. We verhouden ons tot anderen en de wereld om ons heen: benchmark
4. We subsidiëren organisaties, die bijdragen aan onze ambities: weloverwogen subsidiebeleid
5. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten: draagkrachtbeginsel
6. We streven naar kostendekkendheid van tarieven en diensten: kostendekkendheid
7. We zijn financieel in evenwicht en maken zorgvuldige keuzes: begrotingsscan
8. We verbeteren continu: efficiency

De voorstellen zijn ingedeeld naar de 8 richtinggevende principes. Daarbinnen heeft het college een keuze gemaakt welke plannen nader uitgewerkt worden om in ieder geval op te nemen in de Programmabegroting. De financiële opbrengst van deze gekozen voorstellen is in tabel III opgenomen. Een overzicht van alle voorstellen treft u in bijlage 1 aan, waar zichtbaar is welke keuzes het college heeft gemaakt. U heeft uiteraard de mogelijkheid om de niet gekozen voorstellen alsnog te laten uitwerken in aanloop naar de Programmabegroting 2022-2025. 

Tabel III: Duurzame balans in de begroting 2022 2023 2024 2025
Voorstellen Duurzame balans in de begroting V 1.187 V 1.634 V 1.634 V 1.649
Heroverwegen V 98 V 176 V 176 V 191
Verbonden Partijen V 250 V 340 V 340 V 340
Benchmark V 28 V 28 V 28 V 28
Weloverwogen subsidiebeleid V 0 V 90 V 90 V 90
Kostendekkendheid V 247 V 347 V 347 V 347
Begrotingsscan V 425 V 360 V 360 V 360
Efficiency V 141 V 294 V 294 V 294
Saldo na Duurzame balans in de begroting N 2.526 N 1.214 N 494 V 252

De voorstellen in het kader van de Duurzame balans waarvoor het college nu heeft gekozen om op te nemen in de Programmabegroting hebben een totale opbrengst van bijna € 1,2 miljoen in 2022 oplopend tot circa € 1,6 miljoen vanaf 2024. Hiermee is er vanaf 2025 een structureel sluitende begroting. Voor de jaren 2022 tot en met 2024 wordt voorgesteld om het incidentele tekort te dekken door een onttrekking aan de Algemene reserve. Deze ruimte kan worden gevonden indien de reserve tijdelijke huisvesting Voortgezet Onderwijs (ca. € 11 mln.) kan vervallen gelet op de voorgenomen nieuwbouw/fusie van 2 scholen op het Hocras terrein.

2.3.1 Uitwerking per richtinggevend principe

Per richtinggevend principe geven we aan wat het principe inhoudt en welke voorstellen er onder vallen.

1. We zijn kritisch op onze rol en taken: heroverwegen ambities/beleid
We kijken kritisch waar de gemeente wel en waar deze geen rol heeft en wat dat betekent voor het bestaansrecht en/ óf de intensiteit van de huidige betrokkenheid. Kritisch op onze taken betekent dat we ons continu afvragen: Doen we de goede dingen en doen we ze goed? Waarom doen we dit en wat willen we ermee bereiken? Op welk niveau wil je als gemeente presteren?

Bij dit principe gaat het er vooral om op een kritische en creatieve manier te kijken naar de taken die we uitvoeren. Te denken valt aan het invoeren van buitenreclame, het verkopen van eigen panden, het aanpassen van de frequentie of het verminderen van de informatie op de wekelijkse gemeentepagina of het laten adopteren van rotondes door bedrijven. De voorstellen zijn realistisch, maar het is niet zeker of de opbrengst 100% realiseerbaar is. Voor dit principe wordt daarom uitgegaan van een verwachte opbrengst van 75%.

2. We voeren geen taken uit waar anderen dat beter kunnen: meer samenwerken/uitbesteden (verbonden partijen)
Gooise Meren kiest er voor niet alles zelf te willen doen, maar samen te werken met andere gemeenten als het met elkaar beter lukt en meerwaarde heeft. Beleid en uitvoering wil Gooise Meren vooral in samenwerking oppakken. Daarnaast is een belangrijke reden dat samenwerking op grotere schaal betere dienstverlening voor inwoners mogelijk maakt.

Binnen dit principe stellen we 2 sporen voor:

Bezuinigen op budget van bestaande verbonden partijen
Begin 2021 hebben de portefeuillehouders Financiën van de regiogemeenten een brief gestuurd aan 4 verbonden partijen, te weten de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, de Regio Gooi en Vechtstreek, het Goois Natuur Reservaat (GNR) en de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). Een van de wensen van de portefeuillehouders was om vanaf de begroting 2022, na correctie van de lonen, een 3% lagere gemeentelijke bijdrage te realiseren. De Regio Gooi en Vechtstreek heeft maatregelen genomen, waarmee de gemeentelijke bijdrage met € 1,23 miljoen kan worden verlaagd. Dit betekent een verlaging van de bijdrage van Gooise Meren aan de Regio van € 250.000 structureel.

Wij verwachten dat de overige verbonden partijen, die een brief hebben ontvangen van de portefeuillehouders Financiën, ook aan de slag gaan om een 3% lagere gemeentelijke bijdrage te realiseren. Het gaat hierbij om de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, het GNR en de OFGV, waar in 2021 in totaal een bijdrage van ruim € 6 miljoen aan wordt betaald. Een 3% lagere gemeentelijke bijdrage betekent voor Gooise Meren een verlaging met € 180.000. Vanwege de onzekerheid of dit realiseerbaar is, is van een verwachte opbrengst van 50% uitgegaan.

Uitbreiding samenwerking beleid en uitvoering
We onderzoeken welke andere vormen van samenwerking mogelijk zijn. Hierbij kan gedacht worden aan beleidsmatige samenwerking, zoals samenwerking op het gebied van veiligheid, of aan samenwerking op bedrijfsvoering, zoals regionaal inkopen. De opbrengst hiervan is op dit moment nog niet in te schatten.

3. We verhouden ons tot anderen en de wereld om ons heen: benchmark
Wij kijken naar andere gemeenten (in de regio of van dezelfde grootte) om te weten of wij doelmatig opereren en om te weten wat andere gemeenten doen. En op welke onderdelen wij kunnen verbeteren. Op deze vragen kan een benchmark antwoord geven. Zo kiezen wij ervoor om bij het vaststellen van onze tarieven ook te kijken naar omliggende gemeenten of gemeenten van dezelfde grootte.

Als we ons vergelijken met andere gemeenten komt vooral een verschil naar voren ten aanzien van de leges Basisregistratie Personen (BRP) en de Toeristenbelasting. In vergelijking met omliggende gemeenten is sprake van een laag tarief in Gooise Meren. Daarnaast is gekeken naar het OZB tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de OZB tarieven van Gooise Meren in verhouding tot het landelijk gemiddelde en omliggende gemeenten laag zijn. Daarnaast is sprake van een negatief effect van de WOZ-waarde op de uitkering uit het Gemeentefonds. Het rijk kort Gooise Meren met circa € 10,2 miljoen.

Alles afwegende kiest het college er nu niet voor om de OZB te verhogen, aangezien we een aantal andere lasten voor de burger (zoals de afvalstoffenheffing) wel verhogen. We voorzien evenwel dat op de langere termijn een hoger OZB tarief noodzakelijk kan zijn om onze ambities te realiseren.

4. We subsidiëren organisaties die bijdragen aan onze ambities: weloverwogen subsidiebeleid
Subsidies zijn voor de gemeente een belangrijk instrument om de lokale ambities te realiseren samen met maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven. Dit betekent dat subsidieaanvragen worden beoordeeld op hun bijdrage aan de doelstellingen (de maatschappelijke effecten) die de gemeente wil bereiken. We kijken naar de verhouding tussen de benodigde investering in geld, mensen en/of middelen (input) enerzijds en het maatschappelijk effect dat wordt bereikt anderzijds. De gemeente Gooise Meren verstrekt subsidies op velerlei gebieden.

Het Beleidskader Financiering Zorg, Welzijn, Kunst, Cultuur en Toerisme stelt de gemeente in staat om hierop te sturen. Het beleidskader sluit aan op het gemeentelijk beleid op diverse terreinen en vormt het kader waarin de gemeente aangeeft voor welke beleidsdoelen subsidie wordt ingezet, welke resultaten de gemeente wil bereiken en welke randvoorwaarden daarbij gelden. Het beleidskader sluit aan op met name de beleidsnota’s Sociaal Domein, het programma Doe-democratie en het Coalitieakkoord ‘Duurzaam, Sociaal, Veilig en Vitaal’.

Naast het beleidskader geldt de door de gemeenteraad vastgestelde Algemene Subsidieverordening
gemeente Gooise Meren 2018, waarin beschreven staat op welke wijze een subsidieaanvraag moet worden ingediend en afgehandeld. In de subsidieverordening staat onder artikel 5.1. het volgende:

‘De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de gemeentebegroting besluiten tot het instellen van subsidieplafond(s) voor de beleidsterreinen.’

Tot nu toe is dit artikel niet toegepast. Er geldt geen subsidieplafond en de subsidies worden jaarlijks geïndexeerde en waar nodig verhoogd. Voorgesteld wordt om vanaf het begrotingsjaar 2023 wel een subsidieplafond in te stellen. Dit betekent dat het totaalbedrag aan subsidies van € 7.405.000 voor de komende jaren niet wordt geïndexeerd of verhoogd. Hiermee vragen wij aan de gesubsidieerde instellingen om bij te dragen aan de heroverweging, net zoals we dat vragen aan de verbonden partijen. Jaarlijks wordt gekeken naar de inzet van het totaalbedrag en de verdeling daarvan over de verschillende aanvragers.
Vanwege de onzekerheid of dit realiseerbaar is, is van een verwachte opbrengst van 75% uitgegaan.

5. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten: draagkrachtbeginsel
De gemeente biedt ondersteuning aan inwoners die onvoldoende in staat zijn om te participeren in de samenleving. We hanteren zoveel mogelijk het principe dat iedereen naar zijn vermogen bijdraagt aan de financiering van de collectieve voorzieningen, die door Gooise Meren tot stand worden gebracht. Dit betekent dat een inkomen en vermogen afhankelijke toets kan plaatsvinden.

Op dit moment zijn er geen concrete voorstellen, die leiden tot een mogelijke opbrengst voor dit principe. Het voorstel van de VNG om te onderzoeken of huishoudelijke hulp ook inkomen en vermogen afhankelijk getoetst kan worden, vinden we te prematuur. Het college wil daarmee wachten op landelijk beleid. De komende tijd zal gekeken worden naar mogelijke andere voorstellen ten aanzien van dit principe. De eventuele opbrengst hiervan wordt opgenomen in de Programmabegroting 2022-2025.

6. We streven naar kostendekkendheid van tarieven en diensten
De gemeente streeft - zo veel als mogelijk - naar kostendekkendheid van de taken en diensten die de gemeente verricht. Wij kiezen voor kostendekkende tarieven, waardoor de kosten voor 100% terecht komen bij de kostenveroorzakers en niet bij alle belastingplichtigen. Dit betekent dat bij een stijging van de kosten ook direct het tarief omhoog gaat (en andersom).

Met kostendekkendheid als uitgangspunt is o.a. gekeken naar kostprijs dekkende huur, de tarieven voor begraafrechten en marktgelden, de parkeergelden, de leges WABO en de afvalstoffenheffing.

7. We zijn financieel in evenwicht en maken zorgvuldige keuzes: begrotingsscan
Gooise Meren gaat zorgvuldig en zuinig om met de middelen die ze tot haar beschikking heeft gekregen om taken uit te voeren. Dat doen we onder andere door jaarlijks een begrotingsscan uit te voeren. Doel hiervan is om te onderzoeken of er nog sprake is van ‘lucht’ in de begroting.

Net als in voorgaande jaren is met behulp van jaarrekeningen op taakveldniveau gekeken naar de uitputting van de begrote middelen. Deze doorlichting heeft er toe geleid dat een aantal budgetten, zoals kinderopvang, de post onvoorzien en leefbaarheid niet volledig worden ingezet en verlaagd kunnen worden.

De doorlichting van de budgetten laat ook zien dat er een budgetten zijn voor de raad, die jaarlijks niet (volledig) worden uitgegeven. Voor onderzoek van de rekenkamer wordt ieder jaar voor 2 externe onderzoeken budget begroot, maar in werkelijkheid vindt er 1 onderzoek plaats. Daarnaast blijkt dat het opleidingsbudget van de raad nauwelijks wordt uitgegeven, hooguit in het eerste jaar van de raadsperiode.

8. We verbeteren continu: efficiency
We kijken steeds naar mogelijkheden om onze werkzaamheden zo efficiënt/doelmatig mogelijk te organiseren. Dit kan door processen te moderniseren, maak ook door mensen effectiever en efficiënter in te zetten waardoor er bijvoorbeeld minder ingehuurd hoeft te worden. We hebben een moderne en efficiënte bedrijfsvoering.

Te denken valt aan het uitvoeren van kosteloze huwelijken door eigen ambtenaren in plaats van hiervoor in te huren, efficiënter om te gaan met het representatiebudget van het college en meer in te zetten op Social Return on Investment (SROI) om mensen aan het werk te helpen.
De voorstellen zijn realistisch, maar het is niet zeker of de opbrengst 100% realiseerbaar is. Voor dit principe wordt daarom uitgegaan van een verwachte opbrengst van 75%.

2.4 Ambities zonder dekking

2.4 Ambities zonder dekking

Naast de 3 O’s zijn er extra ambities Hoewel de voorstellen in tabel IV als zeer wenselijk worden beschouwd, is hier niet voor gekozen, aangezien er geen dekking voor is. De ambities worden inhoudelijk toegelicht in bijlage 2.

Tabel IV: Ambities zonder dekking 2022 2023 2024 2025
Ambities/prioriteiten N 1.556 N 1.672 N 1.215 N 1.881
Stemhulp N 15 V 0 V 0 V 0
Geluidbelastingkaarten N 15 V 0 V 0 V 0
Handhavingsjurist/ Bibob-coördinator N 94 N 94 N 94 N 94
Personele ruimte N 500 N 500 N 500 N 500
Biodiversiteit N 75 N 75 N 75 N 75
Herdenking 1572 en 1672 N 20 N 20 V 0 V 0
Uitvoeringsprogramma Erfgoedvisie N 70 N 25 N 25 N 25
Herstel vlaglocaties N 75 V 0 V 0 V 0
Mobiliteit N 148 N 111 N 91 N 71
Beheerplannen op huidig niveau houden N 523 N 523 N 523 N 523
Sociaal Domein coll voorzieningen N 250 N 250 N 250 N 250
Actualisatie investeringen V 229 N 74 V 343 N 343
Saldo na ambities Perspectiefnota 2022 - 2025 N 4.082 N 2.886 N 1.708 N 1.629
Aanvullende noodzakelijke maatregelen V 2.000 V 2.000 V 2.000 V 2.000
Begrotingssaldo Perspectiefnota 2022 - 2025 N 2.082 N 886 V 292 V 371

Ondanks de opbrengst van de ‘Duurzame balans in de begroting’ is dit niet voldoende om alle voorgestelde extra ambities te kunnen realiseren. Dit vraagt om moeilijke keuzes, omdat invulling van deze extra ambities ten koste gaat van andere ambities of vraagt om aanvullende maatregelen. Daarnaast heeft het college de wens om vanaf 2024 structureel een positief saldo te presenteren aan het nieuwe college, na de komende gemeenteraadsverkiezingen.

In de Programmabegroting 2022-2025 komt het college met concrete keuzes ten aanzien van de extra ambities en eventueel aanvullende noodzakelijke maatregelen (€ 2 miljoen). Wij denken hierbij aan het verder uitwerken van de ideeën in het kader van ‘Duurzame balans in de begroting’ of aan het verder aanscherpen of verhogen van de voorgestelde ideeën.

 

Publicatiedatum: 04-06-2021

Inhoud